Naar hoofdinhoud
Laatst bijgewerkt
Artikel 50 · 2 augustus 2026

Transparantieplichten uit Artikel 50 AI Act per lid

Sinds 2 augustus 2026 gelden de transparantieplichten van Artikel 50. Het zijn vier verplichtingen, elk voor een omschreven situatie: twee rusten op de aanbieder van het AI-systeem, twee op de organisatie die het gebruikt. Wat met AI is gemaakt, hoeft u dus lang niet altijd te labelen.

In het kort

  • Artikel 50 geldt sinds 2 augustus 2026. Die datum is niet verschoven door de Digital Omnibus.
  • Lid 1 en 2 liggen bij de aanbieder, lid 3 en 4 bij de gebruiksverantwoordelijke.
  • De AI-melding in een ingekochte chatbot regelt de leverancier (lid 1). Controleer wel of hij er staat.
  • Alleen de machineleesbare markering van al bestaande generatieve AI heeft uitstel tot 2 december 2026 (Artikel 111 lid 4).

Waar die datum vandaan komt. De Digital Omnibus verscheen op 24 juli 2026 in het Publicatieblad als Verordening (EU) 2026/1744 en trad op 27 juli 2026 in werking. Die verordening schuift de hoog-risicoverplichtingen uit Bijlage III door naar 2 december 2027. Artikel 50 ging op 2 augustus 2026 in, de algemene toepassingsdatum van de verordening (Artikel 113). Eén onderdeel krijgt uitstel: aanbieders van generatieve AI die al vóór 2 augustus 2026 op de markt was, hoeven de machineleesbare markering pas vanaf 2 december 2026 op orde te hebben (Artikel 111 lid 4).

Wat Artikel 50 per lid regelt

Artikel 50 kent vier zelfstandige verplichtingen. Ze hangen aan een rol en aan een omschreven situatie, los van uw sector of bedrijfsgrootte. Aanbieder is wie het systeem ontwikkelt of laat ontwikkelen en het onder eigen naam of merk in de handel brengt of in gebruik stelt (Artikel 3, punt 3). Gebruiksverantwoordelijke is wie het onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt (Artikel 3, punt 4). Veel organisaties zijn alleen dat laatste.

Artikel 50 lid 1Aanbieder

Melden dat het AI is

Een systeem dat bedoeld is om direct met mensen te communiceren, zoals een chatbot of spraakassistent, moet zo zijn ontworpen dat mensen weten dat ze met AI te maken hebben. Dat hoeft alleen niet als het voor een normaal geïnformeerde, redelijk omzichtige en oplettende persoon al duidelijk is.

Artikel 50 lid 2Aanbieder

Synthetische output markeren

Wie een systeem aanbiedt dat audio, beeld, video of tekst genereert, zorgt dat de output machineleesbaar gemarkeerd en detecteerbaar is als kunstmatig. Voor systemen die al vóór 2 augustus 2026 op de markt waren, geldt uitstel tot 2 december 2026 (Artikel 111 lid 4). Wat op of na 2 augustus 2026 op de markt komt, moet direct voldoen.

Artikel 50 lid 3Gebruiksverantwoordelijke

Informeren bij emotieherkenning

Zet u een systeem in voor emotieherkenning of biometrische categorisering, dan informeert u de mensen die eraan worden blootgesteld over de werking. De AVG blijft daarnaast onverkort gelden. Emotieherkenning op de werkplek en in het onderwijs is verboden, behalve om medische of veiligheidsredenen (Artikel 5 lid 1 onder f).

Artikel 50 lid 4Gebruiksverantwoordelijke

Deepfakes bekendmaken

Maakt of bewerkt u met AI beeld, audio of video dat lijkt op bestaande personen, voorwerpen, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen en ten onrechte voor echt kan worden aangezien (een deepfake, Artikel 3 punt 60), dan maakt u bekend dat het kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd. Hetzelfde geldt voor AI-tekst die u publiceert om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang. Die plicht vervalt als de tekst menselijk is getoetst en een persoon of organisatie er redactioneel verantwoordelijk voor is.

Ligt deze plicht bij u of bij uw leverancier?

Hier gaat het mis. Veel organisaties denken dat zij hun chatbot van een AI-melding moeten voorzien, terwijl die plicht bij de aanbieder ligt. Drie situaties die de meeste Nederlandse organisaties raken:

U gebruikt een chatbot van een leverancier

De informatieplicht uit lid 1 ligt bij die leverancier. Controleer wel dat de melding er is en dat u hem niet hebt weggeconfigureerd: uw gebruikers zien uw interface. Leg die controle vast, zodat u kunt laten zien dat u het hebt nagegaan als een klant of toezichthouder ernaar vraagt. Als afnemer bent u daartoe niet verplicht; het is bewijs dat u zelf opbouwt.

U maakt AI-beeld dat voor echt kan doorgaan

Dan bent u wel aan zet, als het om een deepfake gaat: beeld, audio of video dat lijkt op bestaande personen, voorwerpen, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen en ten onrechte voor echt kan worden aangezien (Artikel 3, punt 60). Volgens de Europese Commissie telt ook gelijkenis met iets dat niet bestaat maar wel zou kunnen bestaan, zoals een realistisch AI-model dat niemand in het echt is. Lid 4 legt de bekendmaking bij de gebruiksverantwoordelijke, dus bij de organisatie die het beeld met AI maakt of bewerkt. Een AI-illustratie die niemand voor echt aanziet, hoeft u niet te labelen. Voor een deepfake volstaat een duidelijke, zichtbare vermelding uiterlijk bij de eerste blootstelling (Artikel 50 lid 5); de machineleesbare markering is het werk van de aanbieder van de tool (lid 2). Welk pictogram daarbij hoort, wijst de keuzehulp bij de EU-pictogrammen aan.

U bouwt zelf een AI-toepassing

Dan bent u aanbieder en gelden lid 1 en lid 2 ook voor u, voor zover uw toepassing met mensen communiceert of content genereert. Dat geldt ook als u een assistent op het model of de API van een ander bouwt en onder uw eigen naam in gebruik stelt (Artikel 3, punt 3). Zet u alleen uw merk op een systeem dat u inkoopt, dan wordt u daar pas aanbieder van als het een hoog-risicosysteem is (Artikel 25 lid 1). Twijfelt u over uw rol, dan geeft de rol-check in een paar vragen uitsluitsel.

Geldt de transparantieplicht voor u?

Vijf vragen lopen de vier leden met u langs. U ziet welke op u rusten en, net zo belangrijk, welke niet met de reden erbij. U hebt er geen e-mailadres of account voor nodig.

Stap 1

Waar raakt AI de mensen om u heen?

Selecteer alles wat van toepassing is. Herkent u niets, kies dan de laatste optie. Dat is een geldige uitkomst.

Situaties waarin AI mensen raakt

De uitkomst is een eerste bepaling op basis van uw antwoorden, geen juridisch advies. Zet uw organisatie AI op meerdere manieren in, herhaal de check dan per toepassing: wie de aanbieder is verschilt per systeem.

Wat u nu kunt regelen

Vier stappen. Ze kosten samen een halve dag als u weet welke tools binnen uw organisatie draaien.

  1. Inventariseer waar AI met mensen communiceert

    Artikel 50 lid 1

    Chatbots op de site, spraakassistenten in de telefonie, AI-antwoorden in de klantenservice, formulieren die automatisch reageren. Ook tools die een collega zelf heeft aangezet tellen mee.

  2. Controleer de melding bij elk systeem

    Bewijs vastleggen

    Open het systeem als eindgebruiker en kijk of uiterlijk bij de eerste interactie duidelijk is dat het AI betreft (Artikel 50 lid 5). Ontbreekt de melding, vraag de leverancier dan schriftelijk wanneer die er komt.

  3. Breng uw deepfakes en publieksteksten in kaart

    Artikel 50 lid 4

    Beeld, video en audio die u met AI hebt gemaakt of bewerkt en die bestaande personen, voorwerpen, plaatsen of gebeurtenissen zo nabootsen dat iemand ze voor echt kan aanzien (Artikel 3, punt 60). Daarnaast AI-teksten die het publiek informeren over aangelegenheden van algemeen belang zonder menselijke toetsing waar een persoon of organisatie redactioneel verantwoordelijk voor is. Voeg een zichtbare vermelding toe of haal de content weg.

  4. Leg de afspraak vast in uw AI-beleid

    Governance

    Wie beoordeelt nieuwe AI-tools op transparantie? En wanneer? Zonder vaste eigenaar valt de controle stil en loopt u bij de volgende tool opnieuw achter.

Wat er op 2 augustus 2026 niet is veranderd

De datum wordt in de markt soms gepresenteerd als het moment waarop de hele AI Act gaat gelden. Dat klopt niet, in twee richtingen. Het volledige tijdpad staat in het overzicht van alle AI Act-deadlines.

Hoog-risico AI wacht tot 2 december 2027

De verplichtingen voor Bijlage III-systemen, bijvoorbeeld AI die kandidaten selecteert, de kredietwaardigheid van personen bepaalt of leerresultaten beoordeelt, zijn door de Digital Omnibus doorgeschoven (Artikel 113, derde alinea, onder c). Wie in augustus een risicomanagementsysteem verwachtte, heeft meer tijd gekregen.

AI-geletterdheid geldt al sinds 2 februari 2025

Artikel 4 vraagt van elke organisatie die AI inzet maatregelen die de AI-geletterdheid van haar personeel ondersteunen. Een bepaald kennisniveau per medewerker hoeft ze niet te garanderen (Artikel 4 lid 1). In onze eigen peiling onder 105 organisaties meldde 70 procent nog geen AI-training voor medewerkers.

De verboden praktijken gelden ook al

De acht verboden uit Artikel 5 lid 1 gelden sinds 2 februari 2025, met het zwaarste boeteplafond van de wet: tot 35 miljoen euro of 7 procent van de wereldwijde jaaromzet, het hoogste bedrag telt (Artikel 99 lid 3). Vanaf 2 december 2026 gelden er twee meer (Artikel 5 lid 1 onder b bis en b ter). Het ene raakt AI die zonder uitdrukkelijke toestemming realistisch intiem of seksueel expliciet materiaal van een identificeerbaar persoon maakt of bewerkt, het andere AI die kindermisbruikmateriaal genereert of bewerkt.

Veelgestelde vragen over de transparantieplicht

Klik een vraag aan voor het antwoord. Dit zijn vaste antwoorden; de AI Act Vraagbaak in het platform beantwoordt uw eigen vragen.

De plicht om te melden dat iemand met AI communiceert ligt bij de aanbieder van het systeem (Artikel 50 lid 1), niet bij u als afnemer. Gebruikt u een chatbot van een leverancier, dan moet die leverancier de melding inbouwen. Controleer wel of dat gebeurd is. Configureer de melding ook niet weg. Bouwt u de chatbot zelf, dan bent u de aanbieder en ligt de plicht wel bij u.

Weet u welke AI uw organisatie gebruikt?

De transparantieplicht begint bij een lijst. De gratis risicoscan brengt uw AI-gebruik in kaart en laat zien welke verplichtingen per systeem gelden, inclusief Artikel 50.