Bouwt u een AI-oplossing voor een klant en levert u die onder uw eigen naam, dan bent u aanbieder. Dat is een zwaardere positie dan gebruiker. Hij hangt niet af van het risiconiveau. Veel dienstverleners ontdekken dat pas als de klant om documentatie vraagt.
Artikel 3 lid 3 is kort: wie een AI-systeem onder eigen naam of merk op de markt brengt, is aanbieder. Het maakt niet uit of het gratis is, of het alleen intern draait, of hoe hoog het risico is. De zware documentatieplichten volgen pas als het systeem hoog-risico is, maar de rol staat los daarvan.
Over algemene AI-modellen bestaat een hardnekkig misverstand. Hoofdstuk V bindt de aanbieder van het model, dus OpenAI, Anthropic of Google. Integreert u zo'n model in een eigen systeem, dan bent u aanbieder van dát systeem, niet mede-aansprakelijk voor de modelverplichtingen. Toezicht op de modellen ligt exclusief bij de Commissie en het AI Office (Artikel 88).
Wat u wel moet doen, is uw modelleverancier om de documentatie uit Artikel 53 lid 1 onder b vragen. Zonder die informatie kunt u uw eigen dossier niet sluitend maken. Uw klant vraagt er uiteindelijk naar.
Voor een ICT-dienstverlener hangt de laatste regel af van wat u bouwt en voor wie. De rest geldt onafhankelijk daarvan.
Wie AI bouwt of adviseert, moet weten wat de wet van het resultaat vraagt. Dit is bij ICT-bedrijven vaker een verkoopargument dan een last.
Bouwt u zelf een algemeen AI-model, dan gelden documentatie- en auteursrechtverplichtingen. Integreert u een bestaand model, dan raakt dit uw leverancier en niet u.
Levert u een chatbot of generatieve functie, dan ligt de meldplicht bij de aanbieder. Dat bent u, zodra het onder uw naam draait.
Technische documentatie, conformiteitsbeoordeling, registratie in de EU-databank en monitoring na oplevering. Dit is het scenario waarvoor u vandaag al inkoopvragen krijgt.
Deze datum is verschoven door het Digital Omnibus-pakket, dat op 27 juli 2026 in werking trad als Verordening (EU) 2026/1744. Bijlage III ging van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. De transparantieplicht van Artikel 50 schoof niet mee.
In de meeste opdrachten is nooit expliciet vastgelegd wie aanbieder is. Dat gaat goed tot het moment waarop de klant een audit krijgt en om technische documentatie vraagt die niemand heeft gemaakt. De discussie die dan volgt, gaat over geld en aansprakelijkheid. Die had u aan de voorkant kunnen voeren.
Neem de rolverdeling dus op in uw offerte en uw leveringsvoorwaarden. Wie is aanbieder, wie is gebruiksverantwoordelijke, wie levert welk document, en wat gebeurt er als het systeem later hoog-risico blijkt. Dat laatste is geen theoretisch geval: een classificatie verandert zodra de klant het systeem voor een ander doel gaat inzetten.
Er is een commerciële kant die vaak wordt onderschat. Klanten in de zorg, finance en bij de overheid moeten hun leveranciers kunnen bevragen. Wie de documentatie op orde heeft, wint aanbestedingen van partijen die dat niet hebben. ISO 42001 wordt in dat gesprek steeds vaker als inkoopvoorwaarde gesteld, nog voordat de wet het vraagt.
Vergeet daarnaast uw eigen huis niet. Voor de AI-tools die uw teams intern gebruiken, bent u gewoon gebruiksverantwoordelijke, met een scholingsplicht en een register. Dat deel is klein. Het is ook het deel dat het vaakst wordt overgeslagen omdat alle aandacht naar de klantkant gaat.
U legt per systeem vast welke rol u heeft en wat u levert, waarna het platform de bijbehorende verplichtingen klaarzet. De technische documentatie en het AI-beleid genereert u eruit, in een vorm die u aan een klant kunt overhandigen. Uw eigen interne tools staan in hetzelfde register.
De gratis risicoscan laat in vijf minuten zien of u aanbieder of gebruiksverantwoordelijke bent, en wat daarbij hoort.