Toelating, beoordeling, niveaubepaling en surveillance bij examens staan in Bijlage III punt 3. Een leermiddel dat oefenstof aanpast, valt daarbuiten. En één toepassing is helemaal verboden: software die emoties van leerlingen afleidt.
De grens ligt bij de beslissing. Bijlage III punt 3 raakt AI die bepaalt wie er binnenkomt, welk niveau iemand krijgt, hoe een prestatie wordt beoordeeld en of iemand tijdens een examen wordt betrapt. Software die alleen oefent, uitlegt of ordent, valt erbuiten.
Eén toepassing staat los van deze indeling. Software die emoties van leerlingen of studenten afleidt, is in onderwijsinstellingen verboden sinds 2 februari 2025 (Artikel 5 lid 1 onder f). Er is geen uitzondering voor betrokkenheidsmeting of welzijnsmonitoring; alleen medische en veiligheidsdoeleinden zijn uitgezonderd.
De grens tussen oefenen en beoordelen is dunner dan hij lijkt. Een adaptief systeem dat alleen oefenstof aanpast, valt erbuiten. Zodra de uitkomst meetelt voor een cijfer of doorstroom, staat u aan de andere kant van de lijn. Vraag uw leverancier wat er met de data gebeurt en of de uitkomst ergens in een dossier belandt.
Het verbod en de scholingsplicht gelden al. De zware eisen voor beoordelings- en toelatingssystemen komen in december 2027.
Wie een AI-uitkomst gebruikt of ervan afwijkt, moet weten hoe die tot stand komt. Dit geldt voor het hele personeel dat met AI werkt, niet alleen voor de ICT-afdeling.
Software die stemtoon, gezichtsuitdrukking of concentratie van leerlingen beoordeelt, mag niet worden gebruikt. Betrokkenheidsmeting is geen geldige uitzondering.
Een studentchatbot of AI-geschreven bericht maakt zichzelf bekend. Bij minderjarigen informeert u ook de ouders.
Menselijk toezicht, logbestanden, controle op de invoerdata en informatie aan de betrokkene. Bekostigde instellingen voeren daarnaast een grondrechtentoets uit (Artikel 27).
Deze datum is verschoven door het Digital Omnibus-pakket, dat op 27 juli 2026 in werking trad als Verordening (EU) 2026/1744. Bijlage III ging van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. De transparantieplicht van Artikel 50 schoof niet mee.
In het onderwijs is de inkoop verspreid en dat maakt dit lastig. Een faculteit sluit zelf een contract met een surveillanceleverancier, een opleiding kiest haar eigen leerplatform en de centrale ICT-afdeling weet daar soms niets van. De AI Act legt de verantwoordelijkheid bij de instelling als geheel. Bij een klacht is het bestuur aanspreekbaar, niet de opleidingsdirecteur die tekende.
De AVG is hier vaak strenger dan de AI Act zelf. U verwerkt gegevens van jonge mensen, deels minderjarig, in een verhouding waarin echte vrijwilligheid ontbreekt. Een student kan een surveillancesysteem moeilijk weigeren als het examen erdoorheen loopt. Toestemming is hier zelden de juiste grondslag. Dat maakt de noodzakelijkheidstoets belangrijker dan een akkoordvinkje.
Het praktische advies dat het meeste oplevert, is saai: leg vast welke systemen meetellen voor een beslissing over een student. Die lijst is korter dan de lijst van alle AI in huis. Hij bepaalt waar u vóór december 2027 het werk moet doen. Alles wat er niet op staat, vraagt alleen om scholing en transparantie.
De Inspectie van het Onderwijs en de Autoriteit Persoonsgegevens kijken mee. Voor studenten staat daarnaast de route naar het College voor de Rechten van de Mens open. Die wacht niet op een deadline.
U registreert per opleiding welke AI er draait, waarna het platform scheidt wat meetelt voor een beslissing en wat niet. Per systeem staan de taken klaar met een datum. Het AI-beleid en de grondrechtentoets genereert u eruit. Uw docenten volgen een leerpad met certificaat.
Klik een vraag aan voor het antwoord. Dit zijn vaste antwoorden; de AI Act Vraagbaak in het platform beantwoordt uw eigen vragen.
Ja. Bijlage III punt 3 noemt systemen die tijdens toetsen verboden gedrag van deelnemers monitoren en detecteren. Dat is wat surveillancesoftware doet. Vanaf 2 december 2027 gelden menselijk toezicht, logbestanden, controle op de invoerdata en informatie aan de student.
Nee. Artikel 5 lid 1 onder f verbiedt sinds 2 februari 2025 het afleiden van emoties in onderwijsinstellingen. Betrokkenheidsmeting of welzijnsmonitoring is geen uitzondering; alleen medische en veiligheidsdoeleinden zijn uitgezonderd. Dit is een verbod, dus geen documentatie maakt het alsnog toegestaan.
Meestal niet. Software die oefenstof aanpast aan het tempo van een leerling neemt geen beslissing over toelating, niveau of beoordeling. Zodra de uitkomst meetelt voor een cijfer, een plaatsingsadvies of doorstroom, verandert dat en valt het systeem wel onder Bijlage III punt 3.
Dan bent u geen gebruiksverantwoordelijke van hun tool. Stelt u het beschikbaar of schrijft u het voor, dan wel. Los daarvan heeft u een scholingsplicht voor uw eigen personeel (Artikel 4) en is een beleid over toegestaan gebruik bij toetsing vooral een onderwijskwestie, geen AI Act-kwestie.
Ja, maar die komen uit de AVG en niet uit de AI Act. Bij minderjarigen loopt toestemming via de wettelijke vertegenwoordiger en geldt een zwaardere zorgplicht rond dataminimalisatie. In een schoolsetting is toestemming vaak geen bruikbare grondslag, omdat de leerling het gebruik moeilijk kan weigeren.
De gratis risicoscan laat in vijf minuten zien welke AI in uw instelling meebeslist over een student en wat daarbij hoort.