Dat misverstand kost kantoren onnodig zorgen. AI die rechtsbedeling ondersteunt, is hoog-risico bij de rechterlijke instantie die hem inzet. Uw eigen contractanalyse en dossieronderzoek vallen daarbuiten. Uw verschoningsrecht stelt intussen wél eisen.
Bijlage III punt 8 wijst AI aan die een rechterlijke instantie helpt bij het onderzoeken van feiten of het toepassen van recht. De gebruiksverantwoordelijke is daar het gerecht. Een advocaat die met dezelfde soort tool een dossier analyseert, valt er niet onder: hij adviseert, hij spreekt geen recht.
Bij het tweede bent u aanbieder in plaats van gebruiksverantwoordelijke, met zwaardere eisen.
Een lage risicoklasse zegt hier weinig. Het verschoningsrecht en de geheimhoudingsplicht kennen geen risicocategorieën. Cliëntdata die in een consumentenversie van een taalmodel belandt, is een probleem, ongeacht wat de AI Act ervan vindt.
De praktische vraag is dus niet in welke categorie een tool valt, maar of de gegevens het kantoor verlaten en onder welke afspraken. Dat antwoord is per tool kort. Samen vormen ze uw dossier.
Voor een kantoor zonder AI in de werving geldt alles wat er is, al. Er ligt geen deadline meer om op te wachten.
Van secretariaat tot partner. Wie een AI-uitkomst gebruikt, moet weten waar die vandaan komt en waar hij faalt. Hallucinerende jurisprudentie is geen theoretisch risico.
Software die emoties van medewerkers afleidt, is op de werkplek verboden. Dat raakt ook tooling die werkdruk of betrokkenheid uit gedrag afleidt.
Een chatbot op uw website maakt zichzelf bekend. Voor een processtuk dat u zelf redigeert en ondertekent, geldt die meldplicht niet.
Zet u AI in bij het aannemen van personeel, of levert u een tool aan de rechtspraak, dan geldt vanaf die datum het volledige regime.
Deze datum is verschoven door het Digital Omnibus-pakket, dat op 27 juli 2026 in werking trad als Verordening (EU) 2026/1744. Bijlage III ging van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. De transparantieplicht van Artikel 50 schoof niet mee.
Op de meeste kantoren is AI binnengekomen zonder besluit. Een medewerker probeerde het voor een samenvatting, het werkte en nu gebruikt de helft het. Dat is het patroon in vrijwel elke beroepsgroep. Het wordt pas een probleem als niemand kan reconstrueren welke dossiergegevens zijn ingevoerd.
De NOvA-regels over geheimhouding en het verschoningsrecht blijven onverkort gelden. Ze worden niet opzijgezet door de AI Act; ze staan ernaast en zijn strenger. Praktisch betekent dat: u heeft een tooloverzicht en een beleid nodig, ook al levert de classificatie niets op.
Er is een risico dat specifiek is voor dit vak. Generatieve AI verzint jurisprudentie die overtuigend klinkt. In verschillende landen zijn advocaten daarop aangesproken door de rechter. Dat is geen AI Act-kwestie maar een tuchtrechtelijke. Het is de reden dat scholing hier meer is dan een vinkje: uw mensen moeten weten waar het model bluft.
Eén document dekt beide kanten. Een AI-beleid dat per tool vastlegt wat is toegestaan, waar de data blijft en wie de eindcontrole doet, beantwoordt de vraag van de NOvA en die van de AI Act tegelijk.
U brengt de tools in kaart die op kantoor draaien en legt per tool vast waar de gegevens heen gaan. Het platform classificeert ze en zet de taken klaar. Het AI-beleid genereert u eruit, afgestemd op de geheimhoudingsplicht. Uw medewerkers volgen de e-learning met een certificaat per persoon.
Klik een vraag aan voor het antwoord. Dit zijn vaste antwoorden; de AI Act Vraagbaak in het platform beantwoordt uw eigen vragen.
Nee, tenzij u een tool levert aan een gerecht. Punt 8 ziet op AI die rechterlijke instanties ondersteunt bij het onderzoeken van feiten of het toepassen van recht. Als advocaat adviseert u; u spreekt geen recht. Uw eigen dossier- en contractanalyse valt er niet onder.
Ja, met voorwaarden. Het knelpunt is uw geheimhoudingsplicht: in een gewone consumentenversie horen cliëntgegevens niet thuis. In een zakelijke omgeving waarin invoer niet voor training wordt gebruikt, met verwerkersovereenkomst en verwerking binnen de EU, kan het wel. Controleer altijd elke verwijzing die het model produceert.
Nee. De tool ondersteunt uw oordeel en beslist niet zelf over een persoon, wat het criterium van Bijlage III is. Uw verantwoordelijkheid voor het advies verandert er niet door. Wel geldt de transparantieplicht van Artikel 50 zodra een cliënt rechtstreeks met een AI-systeem communiceert.
Dan is dat uw verantwoordelijkheid, niet die van de leverancier. Rechters in meerdere landen hebben advocaten daarop aangesproken. Dit is tuchtrecht, geen AI Act. Het is de belangrijkste reden om de scholingsplicht uit Artikel 4 serieus in te vullen in plaats van af te vinken.
AI-geletterdheid voor het hele kantoor geldt sinds 2 februari 2025 en de transparantieplicht sinds 2 augustus 2026. Een tooloverzicht en een AI-beleid zijn geen wettelijke plicht, maar wel wat u nodig heeft om de vraag van de deken of een cliënt te kunnen beantwoorden.
De gratis risicoscan laat in vijf minuten zien welke AI op uw kantoor gebruikt wordt en waar de geheimhouding aandacht vraagt.