Is AI-training verplicht voor uw medewerkers? Het korte antwoord: sinds 2 februari 2025 moet elke organisatie die AI gebruikt of aanbiedt maatregelen nemen voor de AI-geletterdheid van haar mensen (Artikel 4 van de EU AI Act). Welke maatregel dat is, laat de wet open. Training is de gangbare invulling. Gebruikt uw team ChatGPT, Copilot of een AI-functie in het CRM, dan valt u eronder. Geen MKB-uitzondering, geen overgangstermijn.
Veel ondernemers denken dat de AI Act pas in 2027 of 2028 begint. Dat klopt voor de zware hoog-risico regels (Artikel 113, onder c). De plicht uit Artikel 4 geldt al sinds 2 februari 2025 en hoorde bij de eerste verplichtingen (Artikel 113, onder a). Uitgerekend die wordt het vaakst over het hoofd gezien.
Wat schrijft Artikel 4 voor?
Artikel 4 vraagt dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken maatregelen nemen die de AI-geletterdheid bevorderen van iedereen die namens hen met AI werkt. Let op het karakter van die plicht, want dat is recent verduidelijkt. De Digital Omnibus verving Artikel 4 en voegde er een zin aan toe die geen ruimte laat: u hoeft geen specifiek kennisniveau van een individuele medewerker te garanderen. Het is dus een inspanningsverplichting. Wat telt is dat u passende maatregelen neemt, niet dat u een examenuitslag per persoon kunt overleggen. De verordening omschrijft geletterdheid als de vaardigheden, kennis en het begrip om AI geïnformeerd in te zetten en de kansen, risico's en mogelijke schade ervan te zien (Artikel 3, punt 56). Op de werkvloer komt dat neer op begrijpen hoe AI werkt, waar de grenzen liggen en wanneer een mens moet ingrijpen. Programmeerkennis is niet nodig.
De wet noemt geen vast aantal uren, geen verplichte cursus en geen specifiek certificaat. De Europese AI Office bevestigt dat in haar Q&A: er is geen voorgeschreven format. U bepaalt zelf wat passend is per functie en moet die keuze kunnen onderbouwen. Wat de wet wel eist, is dat u rekening houdt met de technische kennis, ervaring en opleiding van uw mensen, met de context waarin zij AI gebruiken en met de personen op wie die AI wordt toegepast (Artikel 4, lid 1). De bredere uitleg van de wet en de vier risicocategorieën leest u bij wat de EU AI Act van uw organisatie vraagt.
Voor wie geldt de plicht uit Artikel 4?
De plicht ligt bij uw organisatie. De kring waarvoor u maatregelen neemt, is breed. Daar horen bij: wie zelf prompt of bouwt, wie beslissingen neemt op basis van AI-uitkomsten en leidinggevenden die het AI-gebruik aansturen (Artikel 4, lid 1).
Vaak gemist: de verplichting reikt verder dan uw eigen loonlijst. Ook ingehuurde krachten, freelancers en externe dienstverleners die namens uw organisatie met AI werken, vallen onder uw verantwoordelijkheid. Schakelt u een extern bureau in dat AI inzet voor uw werving of marketing, dan strekt uw inspanning zich ook daartoe uit. Wat per functie nodig is, werken we uit in AI-geletterdheid per functie.
In vijf stappen voldoen aan Artikel 4
U hoeft geen opleidingsafdeling te zijn om dit goed te regelen. Onderstaande volgorde werkt voor vrijwel elk MKB.
Inventariseer wie met AI werkt
Breng in kaart welke medewerkers en externen AI gebruiken. Vergeet de AI niet die verstopt zit in bestaande software zoals het CRM, de boekhouding of HR-tools.
Bepaal het niveau per rol
Een eindgebruiker heeft andere kennis nodig dan een ontwikkelaar of een bestuurder. Verdeel uw mensen in een paar groepen met elk een eigen leerdoel.
Kies of maak passende training
Een compacte online training over de basis, de risico's en verantwoord gebruik volstaat voor de meeste functies. Stem de diepte af op de groep.
Leg deelname vast
Registreer wie welke training afrondde en wanneer. Toetsen hoeft niet, Artikel 4 vraagt geen kennisniveau per persoon, maar het maakt uw dossier wel sterker.
Herhaal bij nieuwe tools en mensen
AI verandert snel. Neem de training op in uw onboarding en plan jaarlijks een opfrissing.
Hoeveel training is genoeg?
Hier worstelen de meeste organisaties mee, want de wet geeft geen minimumlat. Het uitgangspunt is proportionaliteit. Een marketeer die ChatGPT inzet voor teksten heeft een halfuur basisuitleg en een paar gedragsregels nodig, geen technische verdieping. Een data-engineer die een model bouwt of inkoopt, gaat dieper.
De AI Office onderhoudt een openbare verzameling praktijkvoorbeelden, de zogeheten living repository, waarin organisaties laten zien hoe zij geletterdheid invullen. Let op een ding: het klakkeloos kopiëren van zo'n voorbeeld geeft geen automatisch vermoeden van naleving. U blijft zelf verantwoordelijk voor de afweging of het niveau past bij uw mensen en uw AI. Wilt u dit in een keer goed regelen, dan zit onze AI-geletterdheid e-learning met certificaat in Core, vanaf 99 euro per maand.
Hoe toont u aan dat u voldoet?
Of u uw maatregelen vastlegt, laat Artikel 4 open. De Commissie noemt in haar Q&A een interne registratie van trainingen of andere initiatieven wel als manier om te laten zien wat u deed. Uw grootste risico is het ontbreken van bewijs op het moment dat er iets misgaat. Komt er een klacht, een datalek of een toezichthouder langs, dan is een deelnemersoverzicht met afgeronde trainingen per medewerker uw sterkste kaart.
Leg drie dingen vast: wie de training volgde, wanneer en op welk niveau of voor welke rol. Een certificaat per medewerker dat de rol vermeldt, maakt direct zichtbaar dat de training paste bij de verantwoordelijkheid van die persoon. Over toezicht en sancties leest u meer in handhaving van Artikel 4. Gebruikt uw organisatie Microsoft Copilot breed, dan speelt naast training ook governance: zie Copilot-governance onder de AI Act.
Veelgestelde vragen
Valt het gebruik van ChatGPT of Copilot onder Artikel 4?
Ja. Artikel 4 maakt geen onderscheid tussen zelfgebouwde AI en kant-en-klare tools. Zodra medewerkers ChatGPT, Copilot, Gemini of een AI-functie in bestaande software voor hun werk gebruiken, moet u hen daarop voorbereiden. Bij deze laagdrempelige tools is het risico groot dat iemand onbedoeld bedrijfsdata deelt of klakkeloos op foute output vertrouwt.
Mag AI-training in eigen tijd of op vrijwillige basis?
Nee, dat raden we af. Scholing die een werkgever op grond van Unierecht moet verstrekken, is volgens artikel 7:611a, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek kosteloos, geldt als arbeidstijd en vindt waar mogelijk onder werktijd plaats. Artikel 4 verplicht tot maatregelen en schrijft training niet voor. Of een training die u als maatregel kiest onder die regel valt, heeft nog geen rechter beoordeeld. De voorzichtige keuze is de training als werktijd te behandelen. Dat geldt voor werknemers. Voor ingehuurde krachten volgt het uit hun eigen contract.
Gelden de regels ook voor ingehuurde of externe medewerkers?
Ja. De plicht volgt het gebruik, niet het contract. Iedereen die namens uw organisatie met AI-systemen werkt valt eronder: vaste medewerkers, uitzendkrachten, freelancers en externe dienstverleners. Maak hierover vooraf afspraken met de partijen die u inhuurt.
Volstaat een e-learning als AI-training voor medewerkers?
Ja, als de inhoud past bij hoe uw mensen AI gebruiken. Artikel 4 schrijft geen vorm voor, dus een online training, een workshop of een interne sessie kan allemaal. Wel houdt u rekening met de kennis van uw mensen, de context waarin zij AI gebruiken en de personen op wie die AI wordt toegepast (Artikel 4, lid 1). Voor wie ChatGPT gebruikt voor teksten, past een e-learning meestal goed. Wie een model bouwt, inkoopt of er beslissingen op baseert, heeft meer aan een workshop met eigen casussen. Wat elke vorm kost, leest u in wat AI Act-compliance kost voor het MKB.
Is een certificaat wettelijk verplicht?
Nee. De AI Act schrijft geen certificering voor. Een certificaat is wel het handigste bewijs dat iemand de training afrondde en de basiskennis toetste. Samen met een deelnemersoverzicht laat u daarmee zien dat u de plicht serieus invult.
Wat is de boete als ik niets regel voor AI-geletterdheid?
Nee, de AI Act hangt aan Artikel 4 geen eigen boeteplafond, want het ontbreekt in Artikel 99, lid 4. De sanctie komt uit nationaal recht (Artikel 99, lid 1). Het Nederlandse wetsvoorstel, de Uitvoeringswet AI-verordening, voorziet voor Artikel 4 alleen in herstelsancties, zoals een last onder dwangsom (artikel 3.6 en 3.7 van het voorstel). Voor Artikel 50 en vanaf 2 december 2027 Artikel 26 voor Bijlage III-systemen geldt wel een plafond van 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet, als dat hoger is. Voor het MKB geldt het laagste (Artikel 99, lid 6), sinds de Digital Omnibus ook voor kleine midcapondernemingen (lid 6 bis).