Wat moet een medewerker kennen om AI-geletterd te zijn? Het korte antwoord: dat hangt af van de functie en van de AI die iemand gebruikt. Artikel 4 van de EU AI Act vraagt maatregelen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen, afgestemd op kennis, ervaring, opleiding en de context waarin iemand AI gebruikt. Een kennisniveau per persoon legt het artikel uitdrukkelijk niet vast (Artikel 4, lid 1). Een marketeer die ChatGPT gebruikt heeft iets anders nodig dan een IT'er die een model inkoopt of een bestuurder die over AI-inzet beslist.
Wat hieronder per functiegroep staat, zijn leerdoelen om uw maatregelen op af te stemmen. De wet stelt zelf geen minimumeisen per functie (Artikel 4, lid 1). Gebruik de vier functiegroepen als kapstok om uw eigen mensen in te delen. De wettelijke basis en de vraag of de plicht voor u geldt, behandelen we in Is AI-training verplicht onder de AI Act?.
Waarom training per functie verschilt
Artikel 4, lid 1 vraagt uitdrukkelijk rekening te houden met de technische kennis, de ervaring, het onderwijs en de opleiding van de betrokkene, met de context waarin AI wordt gebruikt en met de mensen op wie die AI wordt toegepast. Generieke training voor iedereen is een begin. Op zichzelf blijft die te grof. Een bestuurder heeft geen promptcursus nodig, een ontwikkelaar heeft aan een algemene bewustwordingssessie te weinig. Hieronder vier functiegroepen die de meeste organisaties dekken.
Medewerkers die dagelijks met AI werken
Dit is de grootste groep: sales, marketing, customer service, operations, administratie. Zij gebruiken kant-en-klare AI in hun dagelijks werk. Zij moeten veilig kunnen prompten zonder bedrijfsgevoelige of persoonsgegevens te lekken, output kritisch controleren op hallucinaties en bias, herkennen wanneer AI niet de juiste keuze is, plus weten wanneer AI-content bekendgemaakt moet worden, zoals bij deepfakes en bij AI-tekst die het publiek informeert over zaken van algemeen belang (Artikel 50, lid 4). Een concreet voorbeeld: een klantenservicemedewerker die een chatbot inzet, moet weten dat de klant te horen hoort te krijgen dat hij met AI praat, tenzij dat uit de situatie al duidelijk is. Die plicht rust op de aanbieder van de chatbot (Artikel 50, lid 1).
Managers, MT en directie
Managers, MT-leden en bestuurders beslissen over AI-inzet en regelen het toezicht. Zij hebben geen technische diepgang nodig, wel inzicht in de strategische en juridische gevolgen. Zij moeten kunnen inschatten welke risico's AI in hun afdeling meebrengt, beoordelen of er menselijk toezicht is ingericht, weten wie verantwoordelijk is en bij inkoop de juiste vragen stellen aan een leverancier. Een directeur die een AI-tool aanschaft die sollicitanten beoordeelt of filtert, zonder te weten dat zo'n systeem hoog-risico is (Bijlage III, punt 4, onder a)), neemt een risico dat hij zou moeten herkennen.
IT en ontwikkelaars
Ontwikkelaars, IT-beheerders en data-engineers bouwen, kiezen of beheren AI-systemen. Zij hebben de diepste training nodig. Zij moeten het verschil tussen aanbieder en gebruiksverantwoordelijke kunnen duiden (zie de AI Act rol-check), risico's classificeren, de transparantieplicht uit Artikel 50 toepassen, plus data governance en logging inrichten. Wie een open-source model fijntunet en het als AI-systeem intern in gebruik neemt, kan ongemerkt zelf aanbieder worden (Artikel 3, punten 3 en 11). Welke plichten daarbij horen, hangt af van de risicoklasse van dat systeem.
Compliance, HR en juristen
Compliance officers, DPO's, juristen en HR-adviseurs borgen de regels in de organisatie. Zij moeten de overlap tussen AI Act en AVG overzien, de documentatie op orde houden die de AI Act vraagt, plus beoordelen wanneer een grondrechten-effectbeoordeling nodig is (Artikel 27). Voor HR is er een extra punt. AI die sollicitanten beoordeelt of filtert, of die bepaalt wie een vacature te zien krijgt, is hoog-risico onder Bijlage III, punt 4, onder a). Een tool die alleen vacatureteksten schrijft valt daar niet onder. De risico's daarvan staan in AI Act in HR.
Hoe richt u dit in?
Koppel elke functie aan een van bovenstaande groepen en een bijbehorend leerdoel. Onze e-learning bundelt deze groepen in drie leerpaden: medewerker, systeemverantwoordelijke en beleidsverantwoordelijke. Leidinggevenden, compliance en HR delen één pad, want zij bepalen beleid en toezicht in plaats van dat zij één systeem draaiende houden. Elk pad sluit af met een certificaat dat de rol vermeldt. Zo kunt u een toezichthouder laten zien welke maatregel u per rol nam. De wet noemt geen verplichte cursus en geen specifiek certificaat; een interne registratie van trainingen en andere initiatieven volstaat volgens de Europese Commissie. De praktische uitrol staat in het stappenplan voor Artikel 4.
Veelgestelde vragen
Wat moet elke medewerker over AI weten?
Drie dingen vormen een werkbare basis voor elke functie. Een medewerker lekt geen bedrijfsgevoelige of persoonsgegevens via een prompt, controleert de uitkomst op fouten en vooringenomenheid en herkent wanneer AI niet de juiste keuze is. Het zijn leerdoelen om uw maatregelen op af te stemmen. Een kennisniveau per persoon legt Artikel 4, lid 1 niet vast. IT, directie en compliance bouwen op deze basis voort met eigen verdieping.
Moet iedereen dezelfde training volgen?
Nee. Artikel 4, lid 1 vraagt dat u rekening houdt met kennis, ervaring, opleiding en gebruikscontext. Die verschillen per functie. Een gedeelde basis voor iedereen plus verdieping per functiegroep is werkbaar en juridisch verdedigbaar.
Telt een algemene AI-cursus mee voor Artikel 4?
Deels. Een algemene cursus telt mee als maatregel voor de basis. Artikel 4, lid 1 vraagt wel dat uw maatregelen samen passen bij de functie en de AI die iemand echt gebruikt. Voor een ontwikkelaar of compliance-officer zal een eindgebruikerscursus te oppervlakkig zijn.
Hoe diep moet de directie gaan?
Zo ver als nodig is om verantwoord over AI-inzet te beslissen en het toezicht te beleggen. Passende maatregelen voor een bestuurder richten zich op de risico's, de rolverdeling en de juridische gevolgen van AI-inzet. Technische diepgang hoort daar zelden bij.