Melden dat het AI is
Een systeem dat direct met mensen communiceert, moet kenbaar maken dat het AI is. Denk aan chatbots en spraakassistenten. De uitzondering geldt wanneer dat evident is voor een redelijk geïnformeerd persoon.
Vanaf 2 augustus 2026 moet duidelijk zijn wanneer iemand met AI te maken heeft. Vier verplichtingen, waarvan er twee bij uw leverancier liggen en twee bij uzelf. Deze pagina zet uit elkaar wat welke rol raakt.
De datum staat vast. De Digital Omnibus verscheen op 24 juli 2026 in het Publicatieblad als Verordening (EU) 2026/1744 en trad op 27 juli 2026 in werking. Die verordening schuift de hoog-risicoverplichtingen uit Bijlage III door naar 2 december 2027. Artikel 50 blijft staan op 2 augustus 2026. Eén onderdeel krijgt uitstel: de machineleesbare markering van synthetische content hoeft voor generatieve AI die al vóór 2 augustus 2026 op de markt was pas vanaf 2 december 2026 op orde te zijn.
Artikel 50 kent vier zelfstandige verplichtingen. Ze hangen aan een rol, niet aan uw sector of bedrijfsgrootte. Wie het systeem op de markt brengt is aanbieder. Wie het onder eigen verantwoordelijkheid inzet is gebruiksverantwoordelijke. Veel organisaties zijn alleen dat laatste.
Een systeem dat direct met mensen communiceert, moet kenbaar maken dat het AI is. Denk aan chatbots en spraakassistenten. De uitzondering geldt wanneer dat evident is voor een redelijk geïnformeerd persoon.
Wie een systeem aanbiedt dat audio, beeld, video of tekst genereert, zorgt dat de output machineleesbaar gemarkeerd en detecteerbaar is als kunstmatig. Voor systemen die al vóór 2 augustus 2026 op de markt waren geldt uitstel tot 2 december 2026.
Zet u een systeem in voor emotieherkenning of biometrische categorisering, dan informeert u de mensen die eraan worden blootgesteld over de werking. De AVG blijft daarnaast onverkort gelden.
Publiceert u beeld, audio of video die door AI is gegenereerd of gemanipuleerd en die op echt lijkt, dan maakt u dat kenbaar. Voor AI-teksten over aangelegenheden van algemeen belang geldt hetzelfde, tenzij een mens redactionele verantwoordelijkheid draagt.
Hier gaat het in de praktijk mis. Veel organisaties denken dat zij hun chatbot van een AI-melding moeten voorzien, terwijl die plicht bij de aanbieder ligt. Drie situaties die de meeste Nederlandse organisaties raken:
U gebruikt een chatbot van een leverancier
De meldplicht uit lid 1 ligt bij die leverancier. Uw taak is controleren dat de melding er is en dat u hem niet hebt weggeconfigureerd. Leg de check vast, want bij toezicht moet u kunnen laten zien dat u het hebt nagegaan.
U publiceert AI-gegenereerd beeld of video
Hier bent u wel aan zet. Lid 4 legt de openbaarmaking bij degene die de content publiceert. Een zichtbare vermelding bij de afbeelding volstaat; de machineleesbare markering is het werk van de tool die u gebruikte.
U bouwt zelf een AI-toepassing of zet uw naam erop
Dan bent u aanbieder en gelden lid 1 en lid 2 ook voor u. Dat geldt ook wanneer u een bestaand model onder uw eigen merk op de markt brengt. Twijfelt u over uw rol, dan geeft de rol-check in een paar vragen uitsluitsel.
Vijf vragen lopen de vier leden met u langs. U ziet welke op u rusten en, net zo belangrijk, welke juist niet met de reden erbij. Geen e-mailadres, geen account.
Selecteer alles wat van toepassing is. Herkent u niets, kies dan de laatste optie. Dat is een geldige uitkomst.
De uitkomst is een eerste bepaling op basis van uw antwoorden, geen juridisch advies. Zet uw organisatie AI op meerdere manieren in, herhaal de check dan per toepassing: wie de aanbieder is verschilt per systeem.
Vier stappen. Ze kosten samen een halve dag als u weet welke tools binnen uw organisatie draaien.
Chatbots op de site, spraakassistenten in de telefonie, AI-antwoorden in de klantenservice, formulieren die automatisch reageren. Ook tools die een collega zelf heeft aangezet tellen mee.
Open het systeem als eindgebruiker en kijk of vóór de eerste interactie duidelijk is dat het AI betreft. Ontbreekt de melding, vraag de leverancier schriftelijk wanneer die er komt.
Beeld, video en audio die door AI zijn gemaakt of gemanipuleerd en die realistisch ogen. Voeg een zichtbare vermelding toe of haal de content weg.
Wie beoordeelt nieuwe AI-tools op transparantie, en wanneer? Zonder vaste eigenaar valt de controle stil en loopt u bij de volgende tool opnieuw achter.
De datum wordt in de markt soms gepresenteerd als het moment waarop de hele AI Act gaat gelden. Dat klopt niet, in twee richtingen.
Hoog-risico AI wacht tot 2 december 2027
De verplichtingen voor Bijlage III-systemen (werving, krediet, onderwijs, kritieke infrastructuur) zijn door de Digital Omnibus doorgeschoven. Wie in augustus een risicomanagementsysteem verwachtte, heeft meer tijd gekregen.
AI-geletterdheid geldt al sinds 2 februari 2025
Artikel 4 verplicht elke organisatie die AI inzet om de AI-geletterdheid van haar personeel te bevorderen. Die plicht is anderhalf jaar oud. In onze eigen peiling onder 105 organisaties had 70 procent dat nog niet geregeld.
De verboden praktijken gelden ook al
De acht categorieën uit Artikel 5 zijn sinds 2 februari 2025 van kracht, met het zwaarste boeteplafond van de wet: tot 35 miljoen euro of 7 procent van de wereldwijde jaaromzet.
De plicht om te melden dat iemand met AI communiceert ligt bij de aanbieder van het systeem (Artikel 50 lid 1), niet bij u als afnemer. Gebruikt u een chatbot van een leverancier, dan moet die leverancier de melding inbouwen. Uw taak is controleren of dat gebeurd is en de melding niet weg te configureren. Bouwt u de chatbot zelf, dan bent u de aanbieder en ligt de plicht wel bij u.
Artikel 50 lid 1 spreekt over systemen die bedoeld zijn om direct met natuurlijke personen te interageren. Uw eigen medewerkers zijn natuurlijke personen, dus een interne assistent valt er in beginsel onder. In de praktijk is bij een tool die als AI-assistent is aangeschaft en zo heet doorgaans voldaan aan de uitzondering dat het gebruik evident is voor een redelijk geïnformeerd persoon.
Alleen als de tekst wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang. Die plicht vervalt wanneer de tekst menselijke redactie of redactionele controle heeft ondergaan en een natuurlijke of rechtspersoon de redactionele verantwoordelijkheid draagt (Artikel 50 lid 4). Commerciële productteksten en marketingpagina's vallen buiten deze specifieke labelplicht.
Nee. De Digital Omnibus is op 24 juli 2026 gepubliceerd als Verordening (EU) 2026/1744 en trad op 27 juli 2026 in werking. Die verordening verschuift de hoog-risicoverplichtingen uit Bijlage III naar 2 december 2027, maar laat de algemene transparantieplicht van Artikel 50 op 2 augustus 2026 staan. Alleen de machine-leesbare markering uit Artikel 50 lid 2 krijgt een overgangsregeling: generatieve AI-systemen die al vóór 2 augustus 2026 op de markt waren, hoeven daar pas vanaf 2 december 2026 aan te voldoen.
Niet-naleving van Artikel 50 valt onder de middencategorie van Artikel 99 lid 4: tot 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet, waarbij het hoogste bedrag geldt. Voor MKB en startups keert die verhouding om en geldt het laagste van de twee bedragen (Artikel 99 lid 6).
De Autoriteit Persoonsgegevens coördineert het algoritmetoezicht in Nederland, met de RDI als aangewezen markttoezichthouder voor een deel van de AI Act. De definitieve verdeling ligt vast in de Uitvoeringswet AI-verordening, die nog in behandeling is. Sectortoezichthouders zoals AFM, DNB en IGJ houden binnen hun eigen domein toezicht.
De transparantieplicht begint bij een lijst. De gratis risicoscan brengt uw AI-gebruik in kaart en laat zien welke verplichtingen per systeem gelden, inclusief Artikel 50.