Aanbevelingsalgoritmes, dynamische prijzen en voorraadvoorspelling komen in geen enkele risicocategorie voor. Uw chatbot valt wel onder de transparantieplicht die al geldt. En zodra u betalen achteraf beoordeelt of biometrie in de winkel inzet, verandert het beeld.
Bij de meeste retailers nergens. Dat is een prettige uitkomst, maar het is ook precies de reden om even door te kijken. De drie uitzonderingen hieronder zitten vaak in systemen die iemand anders beheert: de betaalpartner, de beveiliger, het marketingbureau.
Over emotieherkenning bestaat een hardnekkig misverstand. Het verbod uit Artikel 5 geldt op de werkplek en in het onderwijs, niet in de winkel. Camera-analyse van winkelend publiek is dus niet verboden, maar wel hoog-risico. U moet de betrokkenen erover informeren (Artikel 50 lid 3). Voor uw eigen personeel geldt het verbod wél.
Bij biometrie in de winkel is de AI Act zelden uw eerste obstakel. De AVG stelt aan het verwerken van biometrische gegevens zulke zware eisen dat de meeste opzetten daar al op stranden.
Voor een gemiddelde retailer ligt vrijwel alles al achter u. De vierde regel geldt alleen als u een van de drie uitzonderingen hierboven raakt.
Marketeers, klantenservice en categoriemanagers moeten begrijpen wat de AI in hun tooling doet. Dit is voor de meeste retailers de enige plicht die nu echt werk kost.
Technieken die het koopgedrag wezenlijk verstoren of die inspelen op leeftijd, beperking of financiële situatie, zijn verboden. Denk aan urgentie-mechanismen gericht op mensen met betalingsproblemen.
Bezoekers moeten weten dat ze met AI praten. Dit is de plicht die op dit moment voor de meeste webshops openstaat. Hij is met een enkele melding op te lossen.
Beoordeelt u klanten voor betalen achteraf, of zet u biometrie of emotieherkenning in? Dan geldt het volle hoog-risico regime. Zonder die toepassingen raakt deze datum u niet.
Deze datum is verschoven door het Digital Omnibus-pakket, dat op 27 juli 2026 in werking trad als Verordening (EU) 2026/1744. Bijlage III ging van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. De transparantieplicht van Artikel 50 schoof niet mee.
Het praktische probleem in retail is zelden de zwaarte van de regels. Het is dat niemand weet hoeveel AI er in het landschap zit. Een gemiddelde webshop draait op een handvol platforms die elk stilletjes AI-functies hebben aangezet: het CMS schrijft productteksten, de e-mailtool bepaalt verzendmomenten, de zoekfunctie herrangschikt resultaten. Niemand heeft die als AI ingekocht.
Dat maakt de transparantieplicht lastiger dan hij lijkt. De regel zelf is simpel: bezoekers moeten weten wanneer ze met AI te maken hebben. Maar u kunt hem pas naleven als u weet waar AI zit. Begin dus bij de inventarisatie, niet bij de melding op de chatbot.
Voor toezicht kijkt u naar meer dan één kant. De Autoriteit Consument en Markt let op oneerlijke handelspraktijken richting consumenten, de Autoriteit Persoonsgegevens op profilering en biometrie. Beide handhaven vandaag al op grond van bestaande wetten. Wie zijn AI-gebruik netjes heeft vastgelegd, is bij een vraag van een van beide sneller klaar.
Er is nog een reden om het op orde te hebben die los staat van handhaving. Grote inkopers en marktplaatsen vragen er inmiddels naar bij leveranciersonderzoek. Een register en een AI-beleid zijn dan geen compliancekosten, maar een antwoord dat u toch al moet geven.
U brengt uw tools in kaart, inclusief de AI-functies die in bestaande software zijn aangezet. Het platform bepaalt per systeem de classificatie en zet de taken klaar. Uw AI-beleid en transparantieverklaring genereert u eruit. Uw team volgt de e-learning en krijgt een certificaat per medewerker.
De gratis risicoscan laat in vijf minuten zien welke tools onder de transparantieplicht vallen en of een van de uitzonderingen u raakt.