Wie betaalt de schade als een AI-systeem iemand letsel bezorgt of zijn privébestanden wist? Het korte antwoord: meestal de fabrikant van de software. De benadeelde hoeft daarvoor geen schuld aan te tonen. Dat volgt uit Richtlijn (EU) 2024/2853, de herziene productaansprakelijkheid. Die behandelt software uitdrukkelijk als product. Ze geldt voor producten die na 9 december 2026 in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld (Artikel 2, lid 1).
Voor uw organisatie spelen twee vragen. Gebruikt u AI alleen, of wordt u ergens zelf fabrikant? En welke schade valt eronder? Het antwoord op de tweede vraag is smal. Alleen schade die natuurlijke personen lijden, telt (Artikel 5, lid 1). Zuiver financiële schade valt erbuiten (Artikel 6, lid 1).
Software en AI zijn voortaan een product
De oude richtlijn uit 1985 sprak van roerende zaken. Of software daaronder viel, was onzeker (overweging 3). De nieuwe telt software uitdrukkelijk mee als product (Artikel 4, punt 1). Overweging 13 noemt AI-systemen bij naam. Volgens die overweging speelt de leveringsvorm geen rol: software op een apparaat, via de cloud of als dienst valt er allemaal onder. Dezelfde overweging zegt dat een aanbieder van een AI-systeem in de zin van de AI Act als fabrikant moet worden behandeld.
Twee dingen vallen erbuiten. Informatie is geen product, dus de inhoud van een digitaal bestand of de broncode als zodanig valt niet onder de regels (overweging 13). Gratis open-source software die buiten een handelsactiviteit wordt ontwikkeld of geleverd, valt helemaal buiten de richtlijn (Artikel 2, lid 2).
Ook een digitale dienst die in een product is geïntegreerd of ermee is verbonden, kan meetellen. Kan het product zonder die dienst een van zijn functies niet vervullen, dan is de dienst een bijbehorende dienst. Daarmee is hij een component (Artikel 4, punten 3 en 4). Denk aan de spraakassistent waarmee een slim apparaat wordt bediend (overweging 17).
Wie aansprakelijk is in de keten
De benadeelde kan de fabrikant aanspreken. Zat het gebrek in een onderdeel, dan is ook de fabrikant van dat onderdeel aansprakelijk. Voorwaarde is dat het onderdeel is verwerkt in een product onder zeggenschap van de fabrikant (Artikel 8, lid 1, onder a en b). Zit de fabrikant buiten de EU, dan blijft hij aansprakelijk. Daarnaast zijn de importeur en de gemachtigde aansprakelijk. Is er geen van beide in de EU gevestigd, dan is dat de fulfilmentdienstverlener (Artikel 8, lid 1, onder c).
Een distributeur, zoals een wederverkoper van software, is alleen aansprakelijk als niemand in de EU is aan te wijzen. Hij ontloopt dat door binnen een maand na een verzoek van de benadeelde de fabrikant of zijn eigen leverancier te noemen (Artikel 8, lid 3).
Zijn meerdere partijen aansprakelijk voor dezelfde schade, dan zijn ze hoofdelijk aansprakelijk (Artikel 12, lid 1). De benadeelde kiest wie hij aanspreekt. Die partij kan daarna verhaal halen op de anderen volgens het nationale recht (Artikel 14). Een contract kan de aansprakelijkheid tegenover de benadeelde niet beperken of uitsluiten (Artikel 15).
Wanneer uw organisatie zelf fabrikant wordt
Wie AI alleen inkoopt en gebruikt, blijft buiten de rol van fabrikant. Aansprakelijkheid op andere gronden, zoals de overeenkomst of een onrechtmatige daad, blijft wel mogelijk (Artikel 2, lid 4, onder b). Fabrikant wordt u in drie situaties, die volgen uit de definitie in Artikel 4, punt 10 en uit Artikel 8, lid 2.
U zet uw naam of merk erop
Wie zich met naam, handelsmerk of een ander kenmerk op een product presenteert als de fabrikant, geldt als fabrikant. Dat raakt bijvoorbeeld een chatbot van een softwarebedrijf die u onder eigen naam aan klanten levert.
U ontwikkelt het voor eigen gebruik
Ook wie een product voor eigen gebruik ontwikkelt, valt onder de definitie. Dan moet het product wel in het kader van een handelsactiviteit in gebruik zijn gesteld (Artikel 4, punt 9 en punt 10, onder c).
U wijzigt het ingrijpend
Wijzigt u een product ingrijpend buiten de zeggenschap van de oorspronkelijke fabrikant om? Brengt u het daarna in de handel of in gebruik, dan wordt u zelf fabrikant (Artikel 8, lid 2). Geven de productveiligheidsregels geen eigen drempel, dan is een wijziging ingrijpend als ze prestaties, doel of type verandert op een manier die de oorspronkelijke risicobeoordeling niet voorzag. Ze moet daarbij ook de aard van het gevaar veranderen, een nieuw gevaar creëren of het risiconiveau verhogen (Artikel 4, punt 18, onder b).
Wie de AI Act kent, herkent het patroon. Artikel 25 maakt een distributeur, importeur, gebruiksverantwoordelijke of andere derde in drie gevallen tot aanbieder van een AI-systeem met een hoog risico. Hij zet er zijn naam of merk op, hij wijzigt het substantieel, of hij verandert het beoogde doel zo dat het systeem hoog-risico wordt. De toetsen lopen wel uiteen. Artikel 25 gaat alleen over AI met een hoog risico en meet een wijziging af aan de conformiteitsbeoordeling (Artikel 3, punt 23). De richtlijn geldt voor elk product en laat een drempel uit de productveiligheidsregels zelf voorgaan (Artikel 4, punt 18, onder a). Pas als die er niet is, kijkt ze naar het gevaar. Of de substantiële wijziging uit de AI Act zo'n drempel is, laat de richtlijn open.
Welke schade de richtlijn vergoedt
Artikel 6, lid 1, noemt drie soorten schade.
Overlijden en lichamelijk letsel
Inclusief medisch erkende schade aan de geestelijke gezondheid.
Schade aan zaken
Behalve aan het gebrekkige product zelf en aan zaken die uitsluitend voor beroepsdoeleinden worden gebruikt.
Vernietiging of corruptie van gegevens
Alleen gegevens die niet voor beroepsdoeleinden worden gebruikt. De gewiste fotomap van een consument telt mee, tenzij hij de bestanden kosteloos kan terugzetten uit een back-up (overweging 20). De beschadigde klantdatabase van een bedrijf valt erbuiten, ook als die database deels privé wordt gebruikt (overweging 22).
Binnen die drie worden alle materiële verliezen vergoed. Immateriële schade valt eronder voor zover het nationale recht dat toestaat (Artikel 6, lid 2).
Voor bedrijven zit het belang vooral in wat erbuiten valt. Een AI-tool die een verkeerd advies geeft waardoor iemand geld verliest, veroorzaakt zuiver financiële schade. Die staat niet in de lijst van Artikel 6. Overweging 24 noemt zuiver economische verliezen uitdrukkelijk. Daarvoor gelden de gewone regels over contracten en onrechtmatige daad, die de richtlijn laat staan (Artikel 2, lid 4, onder b; Artikel 6, lid 3).
Waarom een zelflerend systeem later gebrekkig kan blijken
Een product is gebrekkig als het niet de veiligheid biedt die een persoon mag verwachten of die het Unie- of nationale recht vereist (Artikel 7, lid 1). Bij die beoordeling telt mee dat een product na de levering kan blijven leren of nieuwe functies kan verwerven (Artikel 7, lid 2, onder c). Overweging 32 trekt de conclusie: wie een product ontwerpt dat onverwacht gedrag kan ontwikkelen, blijft aansprakelijk voor gedrag dat schade veroorzaakt.
Normaal kan een fabrikant zich verweren met een tijdsargument. Het gebrek ontstond waarschijnlijk pas nadat hij het product in de handel bracht of in gebruik stelde (Artikel 11, lid 1, onder c). Dat verweer vervalt als de fabrikant zeggenschap over het product heeft. Het gaat dan om gebreken in een bijbehorende dienst, in software of een update, in een ontbrekende veiligheidsupdate of in een ingrijpende wijziging (Artikel 11, lid 2). Die zeggenschap heeft hij al zodra hij zelf of via een ander updates kan leveren (Artikel 4, punt 5).
Voor AI betekent dat: zolang de leverancier zelf of via een ander updates kan leveren, loopt zijn risico mee. Ook een aanpassing door het voortdurende leren van een AI-systeem kan een ingrijpende wijziging zijn (overweging 40).
Bewijslast en vermoedens bij complexe AI
De eiser moet het gebrek, de schade en het oorzakelijk verband tussen die twee bewijzen (Artikel 10, lid 1). Bij software is dat lastig. De richtlijn helpt op twee manieren.
Eerst de toegang tot bewijs. Maakt de eiser zijn vordering aannemelijk, dan moet de verweerder op zijn verzoek in de procedure toegang geven tot het relevante bewijs waarover hij beschikt (Artikel 9, lid 1). Dat blijft beperkt tot wat noodzakelijk en evenredig is. De rechter kan bedrijfsgeheimen beschermen (Artikel 9, leden 3 tot en met 5).
Dan de vermoedens. Artikel 10, lid 2, noemt drie gevallen waarin het product vermoed wordt gebrekkig te zijn. De verweerder verzuimt het gevraagde bewijs te verstrekken. Het product voldoet niet aan dwingende veiligheidseisen die tegen de geleden schade moeten beschermen. Of het product disfunctioneert kennelijk bij normaal gebruik. Soms maakt technische of wetenschappelijke complexiteit het bewijs buitensporig moeilijk. Dan vermoedt de rechter het gebrek of het oorzakelijk verband zodra de eiser het waarschijnlijk maakt (Artikel 10, lid 4). De verweerder mag elk vermoeden weerleggen (Artikel 10, lid 5).
Wie AI levert, bewaart dus beter de technische documentatie, de testresultaten en de geschiedenis van updates. Daaruit moet in een procedure het verweer komen.
Hoe dit samenhangt met de AI Act
De AI Act regelt wat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken moeten doen en waarvoor een toezichthouder een boete kan opleggen (Artikel 99). Een recht op schadevergoeding staat er niet in. De Europese Commissie stelde daarvoor in 2022 een aparte richtlijn over AI-aansprakelijkheid voor. Dat voorstel is in oktober 2025 formeel ingetrokken.
Voor schade door een gebrekkig AI-product dat na 9 december 2026 in de handel of in gebruik komt, is de herziene productaansprakelijkheid de Europese regeling (Artikel 2, lid 1). Voor eerdere producten blijft de richtlijn uit 1985 gelden, in Nederland via afdeling 6.3.3 van het Burgerlijk Wetboek (Artikel 21). De nationale regels over schuld en contract gelden daarnaast (Artikel 2, lid 4, onder b).
De twee raken elkaar in Artikel 10, lid 2, onder b. Een product dat niet voldoet aan dwingende productveiligheidseisen uit het Unierecht of het nationale recht, wordt vermoed gebrekkig te zijn. Die eisen moeten dan wel tegen de geleden schade beschermen. De richtlijn noemt de AI Act daar niet bij naam. Overweging 46 rekent wel een product zonder een wettelijk vereiste registratiefunctie tot deze gevallen. De AI Act eist zo'n functie bij AI met een hoog risico (Artikel 12). Of de eisen uit hoofdstuk III als dwingende productveiligheidsvoorschriften gelden, zal de rechtspraak moeten uitwijzen. Een aanbieder van AI met een hoog risico bewaart onder de AI Act al technische documentatie en logs (Artikel 18 en 19). Die stukken kunnen in een procedure als bewijs dienen.
Stand van de Nederlandse wet
Een richtlijn werkt via nationale wetgeving. In Nederland gebeurt dat met het wetsvoorstel Implementatiewet richtlijn herziening productaansprakelijkheid (Kamerstukken 36906). Dat past afdeling 6.3.3 van het Burgerlijk Wetboek aan, waar de productaansprakelijkheid nu ook staat.
De Tweede Kamer nam het voorstel op 15 oktober 2026 zonder stemming aan. Op 28 oktober 2026 lag het bij de Eerste Kamer. Die zou het op 10 november als hamerstuk afdoen, tenzij een lid uiterlijk 3 november om schriftelijke voorbereiding vroeg. De datum van inwerkingtreding wordt bij koninklijk besluit vastgesteld. De richtlijn schrijft voor dat de omzetting uiterlijk op 9 december 2026 rond is (Artikel 22, lid 1). Voor producten die vóór die datum in de handel zijn gebracht of in gebruik zijn gesteld, blijft de oude regeling gelden (Artikel 21).
Twee punten uit het wetsvoorstel zijn voor AI van belang. Het voorstel maakt geen gebruik van de mogelijkheid om het ontwikkelingsrisicoverweer uit te sluiten (Artikel 18). Dat verweer blijft dus bestaan (Artikel 11, lid 1, onder e). Een fabrikant is dan niet aansprakelijk als het gebrek met de objectieve stand van wetenschap en techniek niet te ontdekken was. Het gaat om de kennis bij het in de handel brengen, of tijdens de periode dat hij zeggenschap had. Daarnaast verdwijnt de franchise van 500 euro voor zaakschade, omdat de richtlijn die niet meer kent.
Vijf dingen om nu te regelen
Breng in kaart waar u fabrikant bent
Loop uw AI-systemen langs op de drie situaties hierboven: eigen naam of merk, eigen ontwikkeling, ingrijpende wijziging. Leg per systeem vast welke rol u heeft.
Leg de zeggenschap over updates vast
Spreek met elke leverancier af wie updates en veiligheidspatches levert. Zolang de fabrikant die zeggenschap heeft, kan hij zich niet verweren met een gebrek dat pas na levering ontstond (Artikel 11, lid 2).
Regel het verhaal in het contract
Tegenover de benadeelde valt niets uit te sluiten (Artikel 15). Onderling kunt u wel afspraken maken over verhaal, binnen het nationale recht (Artikel 14).
Documenteer wijzigingen aan modellen
Houd bij wanneer u een model bijtraint, het gebruiksdoel verandert of een systeem onder eigen naam gaat aanbieden. Zo kunt u later laten zien of een wijziging ingrijpend was.
Controleer uw verzekering
Vóór 9 december 2026Vraag na of uw aansprakelijkheidspolis schade dekt door software die u zelf levert of onder eigen naam aanbiedt.
Veelgestelde vragen
Ben ik aansprakelijk als ChatGPT een fout maakt in mijn advies aan een klant?
Nee, niet op grond van de productaansprakelijkheid zolang de schade zuiver financieel is. Die soort schade staat niet in Artikel 6 (zie ook overweging 24). Tegenover uw klant kunt u wel aansprakelijk zijn voor uw advies, op grond van de overeenkomst. Of u daarna verhaal hebt op de leverancier van de tool, hangt af van uw contract met die leverancier.
Geldt de nieuwe regeling voor AI-tools die we nu al gebruiken?
Nee, niet voor de versie die vóór 9 december 2026 in de handel is gebracht of in gebruik is gesteld. Daarvoor blijft de oude richtlijn gelden (Artikel 21). Bij een tool die steeds wordt bijgewerkt, blijft dat niet vanzelf zo. Een ingrijpende wijziging na die datum, ook via een update of het voortdurende leren van het systeem, maakt er een nieuw product van. Dat geldt dan als op de markt aangeboden of in gebruik gesteld op het moment van de wijziging (overwegingen 39 en 40).
Kan een leverancier aansprakelijkheid uitsluiten in zijn algemene voorwaarden?
Nee, niet tegenover de benadeelde. Artikel 15 verbiedt elke contractuele beperking of uitsluiting van die aansprakelijkheid. Tussen bedrijven onderling blijven afspraken over verhaal mogelijk (Artikel 14).
Valt open-source AI onder de regels?
Nee, zolang het buiten een handelsactiviteit wordt ontwikkeld of geleverd (Artikel 2, lid 2). Wordt software geleverd tegen betaling of tegen persoonsgegevens die niet uitsluitend voor beveiliging, compatibiliteit of interoperabiliteit worden gebruikt, dan is dat wel een handelsactiviteit (overweging 14). Een bedrijf kan een open-source model als component verwerken in een product dat het in het kader van een handelsactiviteit in de handel brengt. Dan kan dat bedrijf als fabrikant aansprakelijk zijn, ook voor een gebrek in dat model (overweging 15).
Hoe lang kan iemand een claim indienen?
Drie jaar, gerekend vanaf het moment dat de benadeelde de schade, het gebrek en de aansprakelijke partij kent of had moeten kennen (Artikel 16, lid 1). Tien jaar nadat het product in de handel of in gebruik kwam, vervalt het recht, tenzij er dan al een procedure loopt. Na een ingrijpende wijziging telt die termijn vanaf de wijziging (Artikel 17, lid 1). Bij letsel dat zich pas laat openbaart is dat 25 jaar (Artikel 17, lid 2).
Uw AI-register als startpunt
De eerste stap uit de lijst hierboven vraagt een overzicht van de AI die er draait en van wie hij komt. In het AI-register van AIComplianceHub legt u per systeem de leverancier en het beoogde doel vast. Welke rol u per toepassing hebt onder de AI Act, bepaalt u met de rol-check.