Wat is een FRIA en wie moet er een uitvoeren? Het korte antwoord: een FRIA is de grondrechtentoets uit Artikel 27 van de AI Act. Vanaf 2 december 2027 voert u er een uit vóórdat u een hoog-risico AI-systeem uit Bijlage III in gebruik neemt, met uitzondering van kritieke infrastructuur (punt 2). De plicht raakt u als u een publiekrechtelijk orgaan bent, als u een particuliere entiteit bent die openbare diensten verleent, of als u AI inzet voor kredietbeoordeling of voor de risicobeoordeling en prijsstelling van levens- en ziektekostenverzekeringen. Die eerste categorie is breder dan overheid alleen. De Autoriteit Persoonsgegevens publiceerde op 17 augustus 2026 haar eerste uitleg over dat vereiste, samen met een uitnodiging voor een pilot waarvoor u zich tot en met 21 september 2026 kunt aanmelden.
Die twee documenten zijn om een andere reden interessant dan hun inhoud. Het kabinet is van plan de AP aan te wijzen als toezichthouder op het merendeel van de hoog-risico AI-systemen uit Bijlage III. Wat de beoogd toezichthouder nu opschrijft over een verplichting die pas over zestien maanden ingaat, is een voorbode van waar straks op wordt gekeken. De AP noemt het zelf de eerste publicatie in een reeks over grondrechten en AI.
Waarom een grondrechtentoets bij de gebruiker ligt
De AI Act is grotendeels producttoezicht: de zwaarste eisen liggen bij de aanbieder die een systeem op de markt brengt. Artikel 27 wijkt daarvan af. De plicht ligt hier bij de organisatie die het systeem inzet.
De reden is praktisch. Een systeem kan volledig conform de regels zijn aangeboden en toch schade veroorzaken zodra het in een specifieke context landt. Een risicomodel dat in de ontwikkelfase neutraal oogt, kan in een gemeente met een bepaalde bevolkingssamenstelling systematisch de verkeerde mensen aanwijzen. Dat soort effecten ziet u pas als u kijkt naar het proces waarin het systeem draait, naar de mensen om wie het gaat en naar de beslissing die eruit volgt.
Wie moet een FRIA uitvoeren?
De plicht hangt aan twee dingen tegelijk: wie u bent en welk systeem u inzet. Beide moeten kloppen (Artikel 27, lid 1).
Publiekrechtelijke organen
De staat, ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen vallen er hoe dan ook onder. Daarnaast organisaties met een publiekrechtelijke inbedding, waaronder een deel van de zelfstandige bestuursorganen. Voor die tweede groep bepalen de drie criteria hieronder of u erbij hoort.
Private aanbieders van openbare diensten
Organisaties die taken van algemeen belang uitvoeren, onder meer op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, sociale diensten, huisvesting en rechtsbedeling (overweging 96). Een bijzondere school onder een stichtingsbestuur valt hieronder, ondanks het private bestuur. Onderwijs en zorg kunnen langs beide routes lopen; ze leiden tot dezelfde uitkomst.
Kredietbeoordeling met AI
Wie met AI besluit over kredietwaardigheid of een kredietscore vaststelt, valt eronder ongeacht de sector (Bijlage III, punt 5 onder b). Een webshop die achteraf betalen automatisch beoordeelt, zit hier dus in.
Levens- en ziektekostenverzekeringen
Risicobeoordeling en prijsstelling voor natuurlijke personen (Bijlage III, punt 5 onder c).
Daarnaast moet het systeem hoog-risico zijn onder Bijlage III. Een categorie is uitgezonderd: systemen die worden ingezet als veiligheidscomponent bij kritieke infrastructuur, zoals wegverkeer of de levering van water, gas en elektriciteit (punt 2).
Wat telt als publiekrechtelijk orgaan?
Artikel 27 lid 1 spreekt van een publiekrechtelijk orgaan; de Engelse tekst zegt body governed by public law. Definiëren doet de verordening het niet: Artikel 3 zwijgt erover en overweging 96 vult het niet in. In het EU-recht wordt de term ingevuld met de criteria uit het aanbestedingsrecht: Richtlijn 2014/24/EU, artikel 2 lid 1 punt 4, in Nederland omgezet in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012. Die wet noemt het een publiekrechtelijke instelling. Daar komen de drie criteria hieronder vandaan. Dat is interpretatie, geen letterlijke AI Act-tekst.
De criteria gaan over de rand van de kring. Overheden zelf vallen er sowieso onder; de vraag is welke organisaties daarbuiten meetellen. Drie voorwaarden gelden tegelijk.
Algemeen belang
De organisatie is opgericht om te voorzien in behoeften van algemeen belang, anders dan van industriële of commerciële aard.
Rechtspersoonlijkheid
De organisatie bezit rechtspersoonlijkheid.
Band met de overheid
Een overheid of een andere publiekrechtelijke instelling financiert haar in hoofdzaak, houdt toezicht op het beheer, óf benoemt meer dan de helft van het bestuur, het leidinggevend of het toezichthoudend orgaan. Hier volstaat één van de drie.
Zo kan een academisch ziekenhuis, een onderwijsinstelling of een publieke omroep eronder vallen, ongeacht de rechtsvorm. Het blijft een beoordeling per organisatie. Wie onder normale marktvoorwaarden opereert, winst nastreeft en zijn eigen verliezen draagt, valt buiten de kring; commerciële omroepen zitten daarmee niet in deze categorie. Bij een omroepvereniging ligt de uitkomst open. Er is geen richtsnoer van de Commissie dat deze rand dichtzet, dus onderbouw de toets op de drie criteria in plaats van op de sector.
De AP kiest in haar pilotuitnodiging een striktere indeling en rekent onderwijs en gezondheidszorg tot de tweede categorie, de private aanbieders van openbare diensten. Voor de uitkomst maakt dat niets uit: beide routes leiden tot de FRIA-plicht. Voor uw dossier wel, want daarin legt u vast welke route u volgt en waarom.
Het voorbeeld dat het vaakst verkeerd wordt begrepen
De AP werkt drie casussen uit. De derde is de leerzaamste, want die gaat tegen de intuïtie in.
Een groot IT-bedrijf zet een AI-systeem in dat cv's screent en geschikte sollicitanten voorselecteert. Is dat een hoog-risicosysteem? Ja, want werving en selectie staan in Bijlage III, punt 4 onder a. Moet dat bedrijf een FRIA uitvoeren? Nee. Artikel 27 lid 1 noemt drie groepen. Dit bedrijf hoort bij geen ervan: het is privaat zonder publieke taak, het beoordeelt geen kredietwaardigheid en het verkoopt geen levens- of ziektekostenverzekeringen.
Hoog-risico is dus iets anders dan FRIA-plichtig. Een private werkgever met hoog-risico AI in de sollicitatieprocedure blijft gebonden aan Artikel 26 (verplichtingen voor gebruiksverantwoordelijken), aan het menselijk toezicht en aan de AVG. Alleen de grondrechtentoets van Artikel 27 blijft buiten beeld. De AP tekent daar zelf bij aan dat zo'n toets in die situatie wel is aan te raden, omdat hij helpt bij het aantonen van naleving van Artikel 26.
Wanneer moet de FRIA klaar zijn?
Voor het eerste gebruik van het systeem, niet erna (Artikel 27, lid 1). Wijzigt er tijdens de inzet iets waardoor de beoordeling niet meer actueel is, dan werkt u hem bij (lid 2). De verplichting zelf gaat in op 2 december 2027, tegelijk met de overige eisen voor hoog-risico AI uit Bijlage III.
Dat lijkt ver weg. Het is het niet, want de toets moet af zijn voordat u een systeem in gebruik neemt. Elk Bijlage III-systeem dat u in 2027 wilt aanbesteden, bouwen of uitrollen, heeft de beoordeling nodig op het moment van livegang. Wie de planning omdraait en de FRIA als sluitstuk inplant, komt met een afgerond systeem voor de vraag te staan of het zo wel de deur uit kan.
Kernonderdeel 1: de gebruikscontext
De AI Act somt de elementen op, de AP vat ze samen in drie kernonderdelen. Het eerste beschrijft waar en hoe het systeem draait.
U brengt in kaart in welke processen het systeem wordt ingezet en met welk doel. Daar hoort een controle bij die makkelijk wordt overgeslagen: blijft uw gebruik binnen het beoogde doel dat de aanbieder heeft vastgelegd in de gebruiksaanwijzing (Artikel 13, lid 3)? Een systeem dat is ontwikkeld ter ondersteuning van een besluit, mag u niet stilzwijgend het besluit laten nemen.
Ook de periode en de frequentie horen erbij. Een keer per maand leerresultaten meten is iets anders dan bij elke uitkeringsaanvraag meedraaien. Hoe vaker en hoe langer, hoe groter de kans dat een klein systematisch effect uitgroeit tot een patroon.
Kernonderdeel 2: de impactanalyse grondrechten
Hier zit het inhoudelijke werk en hier gaan de meeste zelfgemaakte assessments de mist in.
U bepaalt eerst welke categorieën personen en groepen geraakt kunnen worden. De AP wijst er nadrukkelijk op dat dat niet alleen de direct betrokkenen zijn. Iemand die een uitkering aanvraagt is direct betrokken. De kinderen van die persoon zijn dat niet, maar ze ondervinden de afwijzing wel. Eigen medewerkers die met het systeem werken kunnen ook direct betrokken zijn.
Vervolgens maakt u de risico's op schade concreet. Dit is het onderdeel dat het vaakst blijft steken in algemeenheden. De AI Act definieert risico als de combinatie van de kans op schade en de ernst daarvan (Artikel 3, lid 2). Een FRIA die alleen opsomt wat er mis kan gaan, blijft dus steken op de helft. Per geïdentificeerde groep hoort er een inschatting te staan van hoe waarschijnlijk het is en hoe zwaar het aankomt. Hoe hoger die combinatie, hoe steviger de maatregelen moeten zijn.
Het Handvest van de grondrechten van de EU is bindend bij deze toets. Denk dus verder dan privacy: non-discriminatie, menselijke waardigheid, vrijheid van meningsuiting, recht op onderwijs, gezondheidsbescherming, sociale zekerheid en milieubescherming kunnen allemaal in beeld komen, afhankelijk van de context.
De AP illustreert het met een gemeente die kandidaten voor een functie selecteert op basis van cv's uit 1975 tot 2025. Tachtig procent daarvan is van mannen. De kans op systematische benadeling van vrouwelijke sollicitanten is reëel. De schade werkt door op drie niveaus: het gemiste inkomen van het individu, de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de gemeentelijke organisatie en het effect daarvan op wiens belangen meewegen in het beleid.
Kernonderdeel 3: passende maatregelen
Het derde deel beschrijft wat u doet om de gevonden risico's te ondervangen.
Menselijk toezichtU beschrijft hoe u invulling geeft aan de eisen uit de gebruiksaanwijzing, wie daarvoor verantwoordelijk is en of die personen de competenties, de training en de bevoegdheid hebben om echt in te grijpen. De AP stelt daarbij een vraag die zelden wordt beantwoord: welke grondrechtenrisico's worden hiermee niet, of niet volledig, ondervangen?
Risicobeperkende maatregelenWat u doet om de risico's te voorkomen en wat u doet als ze zich toch voordoen. Interne regelingen en een klachtenprocedure zijn het minimum, zodat een probleem wordt opgemerkt en teruggedraaid voordat de schade doorloopt.
MonitoringSignaleringsmechanismen en periodieke audits, zodat de beoordeling niet een momentopname blijft.
De AP beveelt aan het proces te doorlopen met een multidisciplinair team: een jurist met kennis van grondrechten, een domeinexpert, een AI-expert en een gedragsexpert. De verordening beveelt aan om externe belanghebbenden erbij te betrekken, zonder het verplicht te stellen. Vertegenwoordigers van de groepen die het raakt zien risico's die binnen de organisatie niemand benoemt.
Het rapportagetemplate bestaat nog niet
Na de beoordeling levert u de uitkomsten aan bij de markttoezichthouder (Artikel 27, lid 3). Dat gebeurt via een verplicht template dat het AI Office van de Europese Commissie op dit moment ontwikkelt (lid 5). De AP draagt eraan bij.
Dat template laat dus nog op zich wachten. Dat heeft een praktische consequentie. Wie vandaag een FRIA-instrument kiest of bouwt, kan niet toetsen of het formaat straks aansluit. Wat u wel kunt doen, is zorgen dat uw aanpak de drie kernonderdelen volledig dekt en de onderliggende informatie gestructureerd vastlegt. Een beoordeling die op inhoud klopt, is later in een ander sjabloon over te zetten. Een beoordeling waarin de weging van kans en ernst ontbreekt, is dat niet.
Bestaande instrumenten mogen houvast bieden. De AP noemt expliciet het IAMA (Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes) en het HUDERIA-model van de Raad van Europa, plus zelfgebouwde instrumenten. Voorwaarde is dat ze aansluiten op de kernonderdelen uit de verordening en op de informatie die het rapportagetemplate straks vraagt.
Een DPIA is geen FRIA
Deze verwarring kost organisaties tijd, dus hier de scherpe versie: een uitgevoerde DPIA voldoet niet aan Artikel 27 (lid 4).
De overlap is er wel. Beide zijn beoordelingen vooraf, beide raken grondrechten. Maar een DPIA kijkt naar de privacyrisico's van een gegevensverwerking, terwijl een FRIA kijkt naar alle grondrechten die in de gebruikscontext in het geding zijn. Er zijn ook verschillen in reikwijdte die beide kanten op werken. Een DPIA kan verplicht zijn voor een AI-systeem dat helemaal niet hoog-risico is. Een FRIA geldt alleen bij hoog-risicosystemen bij de organisaties uit Artikel 27.
Een verschil is operationeel het belangrijkst. De FRIA gaat voor eerste inzet naar de toezichthouder. Bij een DPIA is dat in beginsel geen verplichting, tenzij er restrisico's overblijven waarvoor u geen maatregelen treft. U krijgt met de FRIA dus een rapportagemoment richting een toezichthouder dat u vanuit de AVG niet gewend bent.
Hoe u de twee combineert zonder dubbel werk, staat sinds de Digital Omnibus in de wet zelf: lid 4 staat kruisverwijzingen naar de DPIA uitdrukkelijk toe. Lid 5 draagt het AI Office op het rapportagemodel die mogelijkheid te laten bieden. De AP werkt aan datzelfde model mee.
De pilot: aanmelden kan tot 21 september 2026
De AP zoekt organisaties die willen oefenen met het concept-rapportagetemplate. Deelname loopt via twee sessies met eigen werk ertussenin.
Begin oktober is er een fysieke startbijeenkomst van drie uur, waarin het template wordt toegelicht en de AP een workshop geeft over hoe AI grondrechten raakt. Daarna voert u zelf de FRIA uit, in uw eigen tempo en met uw eigen capaciteit. Uiterlijk 15 december 2026 levert u de rapportage digitaal aan. In februari 2027 volgt een reflectiegesprek van twee uur met terugkoppeling op wat u heeft ingeleverd.
Twee criteria gelden. Uw organisatie moet onder de FRIA-plicht vallen, waarbij deze pilot zich richt op publiekrechtelijke organen en private organisaties met een openbare dienst. Banken en verzekeraars vallen dus buiten deze ronde, ook al zijn ze wel FRIA-plichtig. Het tweede criterium: het systeem dat u inbrengt is mogelijk hoog-risico onder Bijlage III, of is intern al aangemerkt als impactvol algoritmisch systeem. Het mag ook een systeem zijn dat u nog niet gebruikt, zolang het gebruiksscenario concreet genoeg is.
Aanmelden kan tot en met maandag 21 september 2026 per mail aan dca@autoriteitpersoonsgegevens.nl, onder vermelding van "Aanmelden FRIA-rapportage pilot". Beschrijf uw organisatie, een contactpersoon en het systeem waarop u de beoordeling wilt uitvoeren.
Twee dingen zijn expliciet vastgelegd en nemen de belangrijkste bezwaren weg. Ervaring met grondrechtenbeoordelingen hoeft u niet te hebben. De pilot is verder nadrukkelijk geen audit, inspectie of handhavingstraject: wat u deelt wordt niet gebruikt als aanleiding voor toezicht en de uitkomsten worden geanonimiseerd.
Wat u nu kunt doen, ook zonder pilot
Begin bij de vraag welke van uw systemen straks onder Artikel 27 vallen. Dat is een inventarisatievraag, geen juridische. Zonder overzicht van uw AI-systemen en hun gebruiksdoel kunt u de FRIA-plicht niet eens vaststellen.
Kies daarna een systeem met echte impact en loop de drie kernonderdelen door. U merkt dan waar u vastloopt. Dat is bijna altijd hetzelfde punt: de weging van kans en ernst per betrokken groep. Wie dat een keer serieus heeft gedaan, weet welke expertise hij mist en hoeveel tijd het echt kost.
Leg vast wat u vindt, ook als het rommelig is. Als het Europese template verschijnt, is een gestructureerde beoordeling over te zetten. Een half herinnerd gesprek niet.
Veelgestelde vragen
Moet mijn organisatie een FRIA uitvoeren als we hoog-risico AI gebruiken?
Niet automatisch. Artikel 27 geldt voor publiekrechtelijke organen, voor particuliere entiteiten die openbare diensten verlenen en voor gebruikers van AI bij kredietbeoordeling of bij de risicobeoordeling en prijsstelling van levens- en ziektekostenverzekeringen. Publiekrechtelijk orgaan is ruimer dan overheid: het hangt aan drie criteria, dus ook een academisch ziekenhuis, een onderwijsinstelling of een publieke omroep kan eronder vallen. Een private werkgever die hoog-risico AI inzet bij werving valt er niet onder, al blijven Artikel 26 en de AVG onverkort gelden.
Is een DPIA voldoende als we die al hebben uitgevoerd?
Nee. Artikel 27, lid 4 laat u kruisverwijzingen naar de relevante delen van de DPIA opnemen in de FRIA, of die delen er letterlijk in overnemen. De Digital Omnibus heeft dat lid in juli 2026 op dat punt verruimd; daarvóór stond er alleen dat de FRIA de DPIA aanvult. De DPIA dekt de privacyrisico's van de gegevensverwerking, de FRIA dekt alle relevante grondrechten in de gebruikscontext. Hergebruiken mag dus ruimhartig, maar de grondrechtenbeoordeling zelf moet u nog steeds doen.
Wanneer gaat de FRIA-plicht in?
Op 2 december 2027, samen met de overige verplichtingen voor hoog-risico AI-systemen uit Bijlage III. De beoordeling moet klaar zijn voor het eerste gebruik van het systeem, dus voor systemen die u rond die datum uitrolt is de effectieve deadline eerder.
Bestaat er al een officieel FRIA-format?
Nog niet. Het AI Office van de Europese Commissie ontwikkelt het rapportagetemplate. De AP levert daaraan een bijdrage en test een conceptversie in de pilot van najaar 2026. Tot die tijd stuurt u op de drie kernonderdelen uit Artikel 27: gebruikscontext, impactanalyse grondrechten en passende maatregelen.
Aan welke toezichthouder moeten we rapporteren?
Naar verwachting aan de Autoriteit Persoonsgegevens voor het merendeel van de Bijlage III-systemen. Het kabinet is voornemens haar aan te wijzen. De definitieve aanwijzing loopt via de Nederlandse uitvoeringswet en de AP bereidt het toezicht op de FRIA-plicht nu al voor.
De FRIA is een van de weinige AI Act-verplichtingen waarbij een Nederlandse toezichthouder u uitnodigt om samen te oefenen voordat er iets te handhaven valt. Dat aanbod verloopt op 21 september. Wilt u eerst weten welke van uw systemen straks onder Artikel 27 vallen, dan begint dat bij een compleet AI-register met per systeem het gebruiksdoel en de rol die u vervult. Ons platform leidt u daarna door de grondrechtentoets op basis van diezelfde gegevens.