Route-optimalisatie, vraagvoorspelling en voorraadbeheer beslissen niet over mensen en vallen dus buiten Bijlage III. Zodra software orderpickers meet, vergelijkt en beoordeelt, ligt dat anders.
Bij de mens. Zolang uw AI dozen, ritten en voorraden optimaliseert, blijft u buiten de zware categorieën. Zodra hij mensen meet en die meting gevolgen heeft voor hun werk, zit u in Bijlage III punt 4.
De grens is dunner dan hij lijkt. Een systeem dat werk verdeelt om de doorlooptijd te verkorten, is planning. Datzelfde systeem dat werk verdeelt op basis van hoe snel iemand gisteren was, is taaktoewijzing op basis van gedrag. Dat staat letterlijk in punt 4. De software verandert niet; de invoer wel.
Bij automatisering in het magazijn geldt een andere route. Stuurt AI een veiligheidsfunctie aan van een machine die zelf een keuring nodig heeft, dan loopt dat via Bijlage I en de machineregelgeving. Die verantwoordelijkheid ligt doorgaans bij de leverancier van de installatie.
Voor een logistiek dienstverlener zonder prestatiemeting ligt alles wat geldt al achter u.
Wie op een voorspelling plant of een dashboard gebruikt in een gesprek met een medewerker, moet weten waar de cijfers vandaan komen.
Software die stemming, stress of betrokkenheid van medewerkers afleidt, is op de werkplek verboden. Voor veiligheidsdoeleinden bestaat een uitzondering.
Een chatbot voor zendingstatus of klachtafhandeling maakt zichzelf bekend.
Menselijk toezicht, logbestanden en informatie aan de medewerker. Alleen relevant als uw systemen mensen beoordelen of werk toewijzen op gemeten gedrag.
Deze datum is verschoven door het Digital Omnibus-pakket, dat op 27 juli 2026 in werking trad als Verordening (EU) 2026/1744. Bijlage III ging van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. De transparantieplicht van Artikel 50 schoof niet mee.
In vrijwel elk distributiecentrum draait software die per medewerker registreert hoeveel orders er per uur zijn verwerkt. Zolang die cijfers dienen om de bezetting te plannen, is er weinig aan de hand. Zodra ze in een beoordelingsgesprek liggen of het rooster van volgende week bepalen, is het een systeem dat over mensen beslist.
Dat onderscheid is bestuurlijk, niet technisch. Het hangt af van wat u met de uitkomst doet. Precies daarom is het vastleggen ervan het belangrijkste werk. Kunt u aantonen dat de cijfers niet in beoordelingen belanden, dan blijft uw systeem buiten het zware regime. Kunt u dat niet, dan valt het erbinnen.
Hier speelt daarnaast iets dat los staat van de AI Act. Een personeelsvolgsysteem raakt het instemmingsrecht van de ondernemingsraad, en de Nederlandse Arbeidsinspectie kijkt naar de gevolgen voor de werkdruk. Die twee routes lopen vandaag al, ruim voor december 2027.
Het praktische advies is klein: maak een lijst van uw systemen en zet achter elk systeem of de uitkomst een mens raakt. Die lijst is in een middag gemaakt en bepaalt of er verder iets te doen valt.
U registreert uw systemen en legt per systeem vast of de uitkomst een mens raakt. Het platform bepaalt op basis daarvan de classificatie en zet de taken klaar met een datum. Het AI-beleid en de informatie aan medewerkers genereert u eruit.
De gratis risicoscan laat in vijf minuten zien welke van uw systemen over medewerkers beslissen en wat daarbij hoort.