Planning, aanwezigheidsregistratie en oudercommunicatie vallen zelden onder een zware categorie. Dat betekent niet dat er niets speelt. U verwerkt gegevens van jonge kinderen. Daar stelt de AVG eisen aan die verder gaan dan de AI Act.
Op twee plekken. De eerste is de bekendste: biometrie. Laat u ouders of kinderen in- en uitchecken met gezichtsherkenning, dan is dat biometrische identificatie en valt het onder Bijlage III punt 1. Een pasje of een pincode blijft daarbuiten.
Over emotieherkenning is de juridische situatie minder scherp dan vaak wordt gesteld. Voor uw eigen personeel geldt het verbod van Artikel 5 lid 1 onder f hoe dan ook: de werkplek valt eronder. Bij de kinderen hangt het ervan af of uw locatie als onderwijsinstelling telt. Bij dagopvang is dat niet vanzelfsprekend.
Praktisch verandert die onzekerheid weinig. Emoties van jonge kinderen afleiden vraagt om verwerking van bijzondere persoonsgegevens, in een setting waarin van vrije toestemming geen sprake is. De AVG maakt dat vrijwel onhaalbaar, ongeacht hoe de AI Act-vraag uitpakt.
Voor een gemiddelde opvangorganisatie ligt alles wat geldt al achter u. De laatste regel raakt u alleen bij biometrie of geautomatiseerde plaatsing.
Wie met een volgsysteem of planningstool werkt, moet weten wat het wel en niet kan. Dit is de enige plicht die nu echt om actie vraagt.
Software die emoties van medewerkers afleidt, is op de werkplek verboden. Voor de kinderen zelf is de AVG in de praktijk de blokkade.
Een chatbot in uw ouderportaal maakt zichzelf bekend. Datzelfde geldt voor volledig AI-geschreven berichten aan ouders.
Gebruikt u gezichtsherkenning of laat u AI bepalen wie een plek krijgt, dan geldt vanaf die datum het volledige regime.
Deze datum is verschoven door het Digital Omnibus-pakket, dat op 27 juli 2026 in werking trad als Verordening (EU) 2026/1744. Bijlage III ging van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. De transparantieplicht van Artikel 50 schoof niet mee.
De GGD houdt toezicht op de kwaliteit van de opvang en de Autoriteit Persoonsgegevens op de verwerking van gegevens. Maar de partij die het eerst aan de bel trekt, is de ouder die een bericht krijgt dat duidelijk door een machine is geschreven, of die hoort dat er camera's met herkenning hangen. Vertrouwen is hier het bedrijfsmodel.
Dat maakt transparantie meer dan een formaliteit. Een korte passage in uw ouderportaal over welke AI u gebruikt en waarvoor, haalt de scherpte uit het gesprek voordat het ontstaat. Het kost een middag en het is precies wat Artikel 50 vraagt zodra ouders rechtstreeks met een AI-systeem communiceren.
Bij ontwikkelingsvolgsystemen speelt nog iets anders. Zolang het systeem observaties van pedagogen ordent en zichtbaar maakt, is er weinig aan de hand. Zodra het zelf een oordeel velt over de ontwikkeling van een kind, komt u in ander gebied: de pedagoog hoort dat oordeel te vellen. Leg vast dat de menselijke beoordeling leidend is, ook als het systeem iets anders suggereert.
Begin met de inventarisatie. In vrijwel elke organisatie zit meer AI dan de directie denkt, vaak als functie in het planningspakket of het ouderportaal dat er al jaren staat. Die lijst is snel gemaakt en bepaalt of er verder iets te doen valt.
U registreert de software die op locatie draait, inclusief de AI-functies in uw planningspakket en ouderportaal. Het platform bepaalt per systeem wat er geldt en zet de taken klaar. Het AI-beleid en de tekst voor ouders genereert u eruit; uw medewerkers volgen de e-learning met een certificaat.
De gratis risicoscan laat in vijf minuten zien welke AI op uw locaties draait en of er iets te regelen valt.