Mag een AI-agent persoonsgegevens onthouden? Het korte antwoord: ja, mits u kunt zeggen wat hij onthoudt, hoe lang dat blijft staan en hoe u het weer weg krijgt. Die drie vragen zijn samen lastiger dan ze klinken. Het geheugen van een agent zit zelden op de plek waar u het zoekt.
Een agent die facturen verwerkt, leest niet alleen. Hij onthoudt welke leverancier vorige maand een creditnota stuurde, welke collega meestal goedkeurt, welke vraag u drie weken geleden stelde. Dat is waarom hij nuttig is. Het is ook de reden dat er na een halfjaar een verzameling persoonsgegevens ligt die niemand heeft ontworpen.
Drie soorten agentgeheugen
Voordat u iets kunt vastleggen, moet u weten met welk type u te maken hebt. De praktijk kent er drie.
Geen geheugen
De agent begint elke taak blanco. Hij verwerkt onderweg persoonsgegevens, maar houdt niets vast.
Alleen tijdens de taak
De agent onthoudt binnen één gesprek of opdracht en vergeet daarna. De bewaarvraag verschuift dan naar de logs van het onderliggende platform.
Blijvend geheugen
De agent bewaart over taken heen: eerdere gesprekken, een eigen kennisbank, een vectordatabase die hij zelf vult. Hier ontstaat het profiel.
Alleen die derde vorm bouwt iets op. De Franse toezichthouder CNIL beschrijft het scherp: dankzij mechanismen van blijvend geheugen maakt agentische AI zeer precieze gebruikersprofielen. Dat is het ontwerpdoel. Een assistent aan wie u elke ochtend opnieuw moet uitleggen hoe uw organisatie werkt, levert weinig op.
Wat de AVG van bewaren vindt
Hier zit geen nieuwe regel, wel een oude regel op een nieuwe plek. Persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard in een vorm die identificatie mogelijk maakt dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt (Artikel 5 lid 1 onder e AVG, opslagbeperking). Ze moeten ook beperkt blijven tot wat noodzakelijk is (Artikel 5 lid 1 onder c, minimale gegevensverwerking). En wie erom vraagt, heeft recht op wissing zodra een van de gronden uit Artikel 17 lid 1 opgaat, bijvoorbeeld dat de gegevens niet langer nodig zijn voor het doel waarvoor ze zijn verzameld. Lid 3 van datzelfde artikel kent uitzonderingen, waaronder een wettelijke bewaarplicht.
Die drie kende u al voor uw CRM en uw mailarchief. Het verschil is dat u van uw CRM weet waar het staat. Bij een agent is het geheugen verspreid: een stuk in het platform, een stuk in een vectordatabase, een stuk in de gesprekshistorie van het onderliggende model. De CNIL wijst er in dezelfde nota op dat verspreide en meervoudige geheugeninstanties het lastig maken om bewaartermijnen te beheersen.
Een praktische toets. Kunt u vandaag, zonder een leverancier te bellen, zeggen hoe lang een gesprek met uw agent bewaard blijft? Zo niet, dan is uw bewaartermijn oneindig.
Wanneer een agent zijn geheugen doorgeeft
Agents werken zelden alleen. Een orkestrerende agent geeft een deeltaak aan een gespecialiseerde agent. Daarmee gaan ook de gegevens mee die voor die deeltaak nodig zijn. De vraag welke systemen een agent kan bereiken, heeft dus een tweede helft: welke andere agents kunnen bij zijn gegevens?
Juridisch verandert die keten niets aan het uitgangspunt. Er moet nog steeds een verwerkingsverantwoordelijke aanwijsbaar zijn die kan aantonen dat de verplichtingen worden nageleefd (Artikel 5 lid 2 AVG, verantwoordingsplicht). Dat hoeft er geen te zijn. Bepalen twee partijen samen het doel en de middelen, dan zijn ze gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijke en leggen ze hun onderlinge rolverdeling schriftelijk vast (Artikel 26 AVG). Wat de keten wel doet, is die aanwijzing moeilijker maken. De rolverdeling tussen verwerkingsverantwoordelijke en verwerker loopt door een reeks partijen: de modelaanbieder, de bouwer van de agent, het platform waarop hij draait, uw eigen organisatie.
Er is een tweede reden om ketens serieus te nemen. Zodra een agent een besluit neemt dat rechtsgevolgen heeft of iemand in aanmerkelijke mate treft, komt Artikel 22 AVG in beeld. Een mens die aan het eind van de keten op akkoord klikt, is daarvoor niet automatisch genoeg. Dat is vaste rechtspraak: in de SCHUFA-zaak oordeelde het Hof van Justitie dat een geautomatiseerd tot stand gekomen score zelf al een besluit onder Artikel 22 kan zijn, zodra de partij die formeel beslist er in sterke mate op afgaat (C-634/21, 7 december 2023). Die uitspraak geldt ook in Nederland.
Onder de AI Act loopt het net anders, met dezelfde uitkomst. Menselijk toezicht is daar geen uitzonderingsgrond: de vier gronden van Artikel 6 lid 3 gaan over de taak van het systeem. Profilering sluit ze sowieso uit. Toezicht is een eigen verplichting (Artikel 14), geen ontsnapping uit de classificatie. De concept-richtsnoeren van de Commissie over hoog-risico-classificatie van 19 mei 2026, die nog niet zijn vastgesteld, lezen het net zo.
Wat de AI Act hierover zegt
Minder dan u zou verwachten. De verordening kent geen aparte categorie voor AI-agents en geen enkele verplichting die alleen voor agents geldt. Agentische AI staat er één keer in, in Bijlage XIV punt 3 onder d, als code AIH 0401. Dat is de lijst waarmee wordt afgebakend waarvoor een conformiteitsbeoordelingsinstantie is aangewezen; voor uw organisatie hangt daar niets aan. Een agent is verder gewoon een AI-systeem. De classificatie volgt uit wat hij doet (Artikel 6 plus Bijlage I en III). Dat constateert de CNIL ook: de volledige toepassing van de AI-verordening voorziet geen specifieke regels voor AI-agents.
Blijft een agent daarmee buiten schot? Zeker niet. Een agent die sollicitaties analyseert en filtert of kandidaten beoordeelt, valt onder Bijlage III punt 4 onder a en is hoog-risico. Wat telt is de functie die hij vervult. Artikel 6 lid 3 haalt zo'n systeem er alleen uit als het een beperkte procedurele of voorbereidende taak doet. Die uitzondering vervalt zodra het profileert.
Wat de verordening over bewaren zegt, gaat over logbestanden. Gebruiksverantwoordelijken van een hoog-risico AI-systeem bewaren de automatisch gegenereerde logs die onder hun controle vallen gedurende een periode die past bij het beoogde doel, of ten minste zes maanden (Artikel 26 lid 6). Het artikel maakt zelf een voorbehoud: die termijn geldt tenzij Unie- of nationaal recht iets anders bepaalt, in het bijzonder het recht over de bescherming van persoonsgegevens. Over hoe lang een agent uw gesprekken mag onthouden zeggen die zes maanden niets.
Twee data om in de gaten te houden. De transparantieplicht van Artikel 50 lid 1 geldt sinds 2 augustus 2026: een systeem dat rechtstreeks met mensen omgaat, moet duidelijk maken dat het AI is. Die plicht ligt bij de aanbieder. Bouwt u de agent zelf, dan bent u dat (Artikel 3, punt 3); zet u uw naam op een hoog-risico systeem van een ander of wijzigt u het substantieel, dan wordt u het alsnog (Artikel 25 lid 1). De verplichtingen voor hoog-risico systemen uit Bijlage III gaan in op 2 december 2027, na de verschuiving door de Digitale omnibus.
Wat de CNIL en het CIANum signaleren
In juli 2026 publiceerden de CNIL en de Franse Conseil de l'intelligence artificielle et du numérique een gezamenlijke nota over agentische AI en persoonsgegevens. Let op de status: dit is een verkennende nota van een Franse toezichthouder, geen aanbeveling en geen Nederlands recht. Voor u geldt de AVG, met de Autoriteit Persoonsgegevens als toezichthouder. Wel geeft de nota een vroeg beeld van hoe Europese toezichthouders naar dit onderwerp kijken.
De analyse komt hierop neer: blijvend geheugen plus toenemende beslissingsautonomie brengt het risico mee dat de gebruiker de greep op zijn eigen persoonsgegevens verliest. De gegevensstromen lopen vaak tussen meerdere diensten en zijn soms ondoorzichtig, wat het toewijzen van verantwoordelijkheden ingewikkeld maakt.
Interessanter zijn de technische maatregelen die de nota noemt. Ze lezen als een ontwerplijst voor wie een agent bouwt of inkoopt.
Geheugen per agent afschermen
Elke agent krijgt een eigen, geïsoleerd geheugen zonder automatische toegang tot de gegevens van andere agents.
Geheugen laten verlopen
Beperk de omvang, laat informatie na verloop van tijd automatisch vervallen of vervang haar door recentere gegevens.
Een sessie per verwerking
Scheid gebruiksdoelen in aparte sessies, zodat gegevens van het ene doel niet in het geheugen van het andere belanden.
Een afgeschermde omgeving
Draai de agent in een sandbox, zodat de toegang tot diensten en gegevens beperkt blijft tot wat de taak vraagt.
Acties classificeren op risico
Rangschik per gekoppelde dienst wat de agent kan doen: lezen, wijzigen, verwijderen, gegevens naar buiten sturen. Bij de zwaarste acties komt een mens ertussen.
Een noodstop bij de gebruiker
Een kill switch die de gebruiker zelf kan bedienen, niet alleen de leverancier.
Vijf vragen die u over elke agent moet kunnen beantwoorden
Geen van de vijf komt uit de AI Act. Die kent geen agent-specifieke regel over gegevens. Wel stapelt hij er eisen bovenop zodra het systeem hoog-risico is. De richtsnoeren bij Artikel 50 leggen agents daarnaast een eigen bekendmakingsplicht op. Wat de vijf gemeen hebben, is dat u ze moet kunnen beantwoorden voordat iemand ze stelt.
Welke persoonsgegevens kan de agent bereiken?
Ga een niveau dieper dan de systeemnaam: om welke gegevens daarin gaat het. Dit is de basis voor minimale gegevensverwerking (Artikel 5 lid 1 onder c AVG).
Welke diensten en API's roept hij aan?
Elke koppeling vergroot wat de agent kan doen. Doelbinding vraagt dat u die reeks kent (Artikel 5 lid 1 onder b).
Wat blijft er in zijn geheugen staan?
Geen geheugen, sessiegeheugen of blijvend geheugen. Bij dat laatste ook: wat erin staat. Zonder dit antwoord is er geen bewaartermijn (Artikel 5 lid 1 onder e).
Welke andere agents kunnen daarbij?
De keten bepaalt wie waarvoor verantwoordelijk is. Uw verantwoordingsplicht stopt niet bij de eerste agent (Artikel 5 lid 2).
Hoe krijgt u het weg?
Een verzoek om wissing moet uitvoerbaar zijn, ook als het geheugen op drie plekken staat (Artikel 17).
Veelgestelde vragen
Hoort het geheugen van een AI-agent in mijn verwerkingsregister?
Ja, als er persoonsgegevens in staan. Artikel 30 AVG vraagt om een register van verwerkingsactiviteiten met, indien mogelijk, de beoogde bewaartermijnen (lid 1 onder f). Lid 5 stelt organisaties onder de 250 medewerkers vrij, maar die vrijstelling vervalt zodra de verwerking niet incidenteel is. Een agent die dagelijks draait valt daar dus buiten. Het is handiger om hem als onderdeel van het bovenliggende systeem te beschrijven dan als losse regel, zolang de bewaartermijn zichtbaar blijft.
Telt een chatgeschiedenis als persoonsgegevens?
Ja, zodra die te herleiden is tot een persoon. Dat is bij een agent bijna altijd het geval: er staat een gebruikersnaam boven, terwijl de inhoud vaak over collega's, klanten of leveranciers gaat. De AVG geldt dus; wat overblijft is de vraag hoe lang u die geschiedenis nodig hebt.
Hoe lang mag een AI-agent gegevens onthouden?
Er staat geen termijn in de wet. Artikel 5 lid 1 onder e AVG vraagt om een termijn die past bij het doel. Die bepaalt u zelf en onderbouwt u. De zes maanden uit Artikel 26 lid 6 van de AI Act zijn iets anders: dat is een ondergrens voor het bewaren van logbestanden van hoog-risico systemen, geen norm voor geheugen.
Is de nota van de CNIL bindend in Nederland?
Nee. Het is een verkennende nota van de Franse toezichthouder, samen met de Franse AI-raad. In Nederland houdt de Autoriteit Persoonsgegevens toezicht op de AVG. De nota is bruikbaar als signaal en als ontwerplijst, niet als grondslag. Eén nuance: waar de nota naar rechtspraak van het Hof van Justitie verwijst, zoals bij Artikel 22, geldt die rechtspraak hier gewoon. Niet-bindend slaat op de nota zelf.
Moet een AI-agent zeggen dat hij AI is?
Ja. Er hoort zelfs meer bij dan alleen dat. Artikel 50 lid 1 vraagt dat een systeem dat rechtstreeks met mensen omgaat, duidelijk maakt dat het AI is, tenzij dat uit de context al overduidelijk is. Die plicht geldt sinds 2 augustus 2026. De richtsnoeren van de Commissie bij dat artikel verlangen van een agent een tweede bekendmaking: namens wie hij handelt. Dat staat niet in de wettekst zelf.
Wat u vandaag kunt vastleggen
Begin klein. Pak de agents die al draaien. Noteer per stuk het antwoord op de vijf vragen hierboven. In de meeste organisaties strandt dat bij vraag drie. Dat is nuttige informatie, want u weet dan welke leverancier u moet bellen. Zet het antwoord daarna op een plek waar een ander het kan terugvinden, want een bewaartermijn die alleen in het hoofd van de bouwer zit, is bij zijn vertrek weg.
In AIComplianceHub legt u die vijf antwoorden per agent vast in hetzelfde register als uw overige AI-systemen, inclusief het geheugen, de agents die eraan gekoppeld zijn en de bewaartermijn.