Of uw toewijzingssysteem onder Bijlage III punt 5 valt, hangt af van wie er toewijst. Doet u dat door of namens een overheidsinstantie, of beoordeelt het systeem kredietwaardigheid, dan is het in beginsel hoog-risico. Zet u zo'n systeem in, dan hoort de grondrechtentoets erbij, want u verleent als toegelaten instelling een openbare dienst (Artikel 27). Bij fraudedetectie ligt het nog gevoeliger: daar is het SyRI-vonnis het ijkpunt.
Huisvesting staat niet als eigen categorie in Bijlage III. De route loopt via punt 5: toegang tot essentiële diensten. Punt 5 onder a geldt voor AI die door of namens een overheidsinstantie bepaalt wie in aanmerking komt voor een overheidsdienst als sociale huisvesting. Een toegelaten instelling is zelf een privaatrechtelijke stichting of vereniging (artikel 19 Woningwet). Beslist u in mandaat van de gemeente over urgentie, dan handelt u namens haar. Voor de toewijzing van uw eigen woningen is dat niet uitgemaakt; behandel zo'n systeem tot er duidelijkheid is als hoog-risico. Beoordeelt een systeem de kredietwaardigheid van een woningzoekende, dan geldt punt 5 onder b, ongeacht wie toewijst. Alles wat over stenen gaat in plaats van over mensen, valt buiten punt 5.
Het laatste punt vraagt een eigen beoordeling: zie de waarschuwing hieronder.
Bij woonfraude wordt vaak gewezen op de fraude-uitzondering. Die staat in Bijlage III punt 5 onder b en haalt alleen systemen die financiële fraude opsporen uit de categorie kredietwaardigheid (zie ook overweging 58). Een woonfraudesysteem toetst of iemand rechtmatig in een woning woont, dus voor woonfraude is die uitzondering irrelevant. Of het hoog-risico is, hangt af van wat de score doet. Werkt hij door in een toewijzing of intrekking die u namens de gemeente uitvoert, dan ligt punt 5 onder a voor de hand. Valt het systeem onder Bijlage III en profileert het huurders, dan blijft het hoog-risico: de uitzondering van Artikel 6 lid 3 vervalt bij profilering. Los daarvan geldt het verbod op sociale scoring uit Artikel 5 lid 1 onder c voor iedereen.
Toets zulke systemen zwaar op discriminatie, inclusief proxy-variabelen als postcode, gezinssamenstelling en nationaliteit. De rechtbank Den Haag verklaarde in 2020 de wettelijke regeling voor het overheidssysteem SyRI onverbindend wegens strijd met artikel 8 EVRM. De toeslagenaffaire liet zien wat ondoorzichtige risicoscores aanrichten. Dat is hier het referentiekader, niet een theoretisch scenario.
Sinds 2 februari 2025 ondersteunt u de AI-geletterdheid van uw medewerkers (Artikel 4). Valt uw toewijzingssysteem onder Bijlage III, dan gelden de zware eisen vanaf 2 december 2027. Het voorbereidende werk daarvoor is omvangrijk.
U neemt maatregelen die woonconsulenten helpen begrijpen wat het toewijzingssysteem meeweegt, zodat ze een toewijzing kunnen uitleggen of er gemotiveerd van kunnen afwijken (Artikel 4). Een bepaald kennisniveau per persoon hoeft u daarbij niet te garanderen.
Een score op sociaal gedrag of persoonlijke kenmerken is verboden als hij leidt tot nadelige behandeling in een context die losstaat van waar de gegevens vandaan komen, of tot een behandeling die ongerechtvaardigd of onevenredig is (Artikel 5 lid 1 onder c). Bij brede risicoprofielen ligt die grens dichterbij dan het lijkt.
De chatbot in uw huurdersportaal laat weten dat hij een AI-systeem is, tenzij dat voor de huurder al duidelijk is. Bij een ingekochte chatbot ligt die plicht bij de leverancier (Artikel 50 lid 1). Stelt een medewerker een bericht op met hulp van AI, dan is een label daarop onder de AI Act alleen verplicht als u de tekst publiceert om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang (lid 4).
Valt een systeem onder Bijlage III, dan gelden menselijk toezicht, het bewaren van logbestanden, controle op de invoerdata en informatie aan de huurder (Artikel 26 lid 2, 4, 6 en 11). De grondrechtentoets doet u vóór ingebruikname (Artikel 27 lid 1).
Deze datum is verschoven door het Digital Omnibus-pakket, dat op 27 juli 2026 in werking trad als Verordening (EU) 2026/1744. Bijlage III ging van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. De transparantieplicht van Artikel 50 schoof niet mee.
Corporaties zitten in een ongemakkelijke tussenpositie. U bent formeel een private stichting of vereniging, maar u voert een publieke taak uit op grond van de Woningwet. Voor de grondrechtentoets is dat tweede bepalend: Artikel 27 lid 1 verplicht particuliere entiteiten die openbare diensten verlenen tot die toets zodra ze een hoog-risicosysteem uit Bijlage III inzetten. Overweging 96 noemt huisvesting met name. Voor Bijlage III punt 5 onder a telt het eerste, want daar gaat het om toewijzing door of namens een overheidsinstantie. Wie denkt dat die alleen voor gemeenten geldt, mist een verplichting.
Het bijzondere aan die toets is de timing. Hij hoort vóór ingebruikname te gebeuren, niet als verantwoording achteraf. Dat betekent dat u hem nu al inplant voor systemen die u in 2027 wilt gebruiken en dat hij meeloopt in het inkooptraject in plaats van erna te komen.
Praktisch begint alles bij één vraag per systeem: beslist dit mee over een mens, of over een gebouw. Onderhoudsvoorspelling en verduurzamingsanalyse zitten aan de gebouwenkant en vragen weinig. Toewijzing, incasso en fraudesignalering zitten aan de menselijke kant en vragen alles. Die scheiding maakt uw werklijst een stuk korter dan hij op het eerste gezicht lijkt.
Op de naleving van de Woningwet houdt de Autoriteit woningcorporaties toezicht, een onderdeel van de Inspectie Leefomgeving en Transport. De Autoriteit Persoonsgegevens ziet toe op de verwerking van persoonsgegevens. Wie het markttoezicht op de AI Act krijgt, regelt de Uitvoeringswet AI-verordening. Die is nog een wetsvoorstel: het concept uit april 2026 wijst de AP aan voor hoog-risico-AI zonder eigen sectortoezichthouder. Voor huurders staat daarnaast de route naar het College voor de Rechten van de Mens open. Die wacht niet op een deadline.
U registreert uw systemen en het platform scheidt wat over mensen beslist van wat over vastgoed gaat. Per systeem staan de taken klaar met een datum. De grondrechtentoets genereert u eruit, met een audit trail die laat zien wie wat wanneer heeft vastgesteld. Dekt uw DPIA al een deel, dan verwijst u daarnaar, zoals Artikel 27 lid 4 toestaat.
Klik een vraag aan voor het antwoord. Dit zijn vaste antwoorden; de AI Act Vraagbaak in het platform beantwoordt uw eigen vragen.
Dat hangt af van wie toewijst. Punt 5 onder a van Bijlage III geldt voor AI die door of namens een overheidsinstantie bepaalt wie in aanmerking komt voor een essentiële overheidsdienst. Sociale huisvesting hoort daarbij. Beslist u in mandaat van de gemeente over urgentie (artikel 13 Huisvestingswet 2014), dan handelt u namens haar. Voor de toewijzing van uw eigen woningen is het open. De concept-richtsnoeren van de Commissie (mei 2026) tellen een partij die een eigen wettelijke plicht uitvoert niet als "namens", maar ze zijn nog niet definitief. Beoordeelt het systeem kredietwaardigheid, dan geldt punt 5 onder b. Ga bij twijfel uit van hoog-risico. De eisen gelden vanaf 2 december 2027. Gebruikt u het systeem al vóór die datum, dan gelden ze pas na een aanzienlijke ontwerpwijziging (Artikel 111 lid 2).
Ja, voor elk hoog-risicosysteem uit Bijlage III dat u inzet, behalve kritieke infrastructuur uit punt 2 (Artikel 27 lid 1). De plicht geldt voor publiekrechtelijke organen en voor particuliere entiteiten die openbare diensten verlenen. Een corporatie valt onder die tweede groep: overweging 96 noemt huisvesting uitdrukkelijk. Voer de toets uit vóór ingebruikname. Dekt uw DPIA onder artikel 35 AVG al een deel, dan mag u daarnaar verwijzen (Artikel 27 lid 4).
Nee, maar daar hangt weinig van af. De uitzondering staat in Bijlage III punt 5 onder b en haalt alleen systemen die financiële fraude opsporen uit de categorie kredietwaardigheid. Een woonfraudesysteem toetst of iemand rechtmatig in een woning woont, dus de uitzondering is hier irrelevant. Beslissend is of de score doorwerkt in een toewijzing of intrekking die u namens de gemeente uitvoert (punt 5 onder a). Toets zo'n systeem hoe dan ook zwaar op discriminatie via proxy-variabelen.
Het is het ijkpunt voor risicoprofilering van burgers in Nederland. De rechtbank Den Haag verklaarde in 2020 de wettelijke regeling voor SyRI onverbindend wegens strijd met artikel 8 EVRM. De regeling was wat betreft de inzet van SyRI onvoldoende transparant en controleerbaar. Daarmee ontbrak een redelijke verhouding tussen het doel en de inbreuk op het privéleven. Een corporatiesysteem dat huurders scoort zonder dat uitlegbaar is waarop, loopt tegen dezelfde bezwaren aan, los van wat de AI Act voorschrijft.
Ja, als een hoog-risicosysteem uit Bijlage III beslissingen over hen neemt of helpt nemen (Artikel 26 lid 11). Neemt u op basis daarvan een besluit met rechtsgevolgen, dan kan de huurder uitleg vragen over de rol van het systeem (Artikel 86). Neemt het systeem zo'n besluit volledig zelfstandig, dan geldt daarnaast artikel 22 AVG. Dat mag alleen binnen de uitzonderingen van lid 2. Bij een overeenkomst of uitdrukkelijke toestemming heeft de huurder recht op menselijke tussenkomst (lid 3).
De gratis risicoscan laat in vijf minuten zien welke van uw systemen over huurders beslissen en wat daarbij hoort.