Dat plaatst uw toewijzingssysteem in Bijlage III punt 5. Als toegelaten instelling voert u een publieke taak uit, dus de grondrechtentoets hoort erbij. Bij fraudedetectie ligt het nog gevoeliger: daar is het SyRI-vonnis het ijkpunt.
Huisvesting staat niet als eigen categorie in Bijlage III. De route loopt via punt 5: toegang tot essentiële diensten. Omdat u die taak op grond van de Woningwet uitvoert, valt uw toewijzing daaronder. Alles wat over stenen gaat in plaats van over mensen, valt erbuiten.
Het laatste punt vraagt een eigen beoordeling: zie de waarschuwing hieronder.
Bij woonfraude wordt vaak gewezen op de fraude-uitzondering uit overweging 58. Die dekt hier minder af dan gehoopt: de uitzondering ziet op kredietwaardigheidsbeoordeling, niet op elke vorm van risicoprofilering. Een systeem dat huurders scoort op frauderisico, beoordeelt u dus op eigen merites en niet op die uitzondering.
Toets zulke systemen zwaar op discriminatie, inclusief proxy-variabelen als postcode, gezinssamenstelling en nationaliteit. De rechtbank verbood het overheidssysteem SyRI in 2020 wegens strijd met het EVRM. De toeslagenaffaire liet zien wat ondoorzichtige risicoscores aanrichten. Dat is hier het referentiekader, niet een theoretisch scenario.
De scholingsplicht geldt al ruim een jaar. De zware eisen voor toewijzing komen in december 2027. Het voorbereidende werk daarvoor is omvangrijk.
Wie een toewijzing uitlegt aan een woningzoekende of ervan afwijkt, moet weten wat er meeweegt. Dit is nu de meest concrete plicht.
Een score op sociaal gedrag die nadelig doorwerkt in een onverwante context is verboden. Bij brede risicoprofielen ligt die grens dichterbij dan het lijkt.
De chatbot in uw huurdersportaal maakt zichzelf bekend. Dat geldt ook voor volledig AI-geschreven berichten aan huurders.
Menselijk toezicht, logbestanden, controle op de invoerdata en informatie aan de huurder (Artikel 26 lid 11). De grondrechtentoets doet u vóór ingebruikname, niet achteraf.
Deze datum is verschoven door het Digital Omnibus-pakket, dat op 27 juli 2026 in werking trad als Verordening (EU) 2026/1744. Bijlage III ging van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. De transparantieplicht van Artikel 50 schoof niet mee.
Corporaties zitten in een ongemakkelijke tussenpositie. U bent formeel een private stichting of vereniging, maar u voert een publieke taak uit op grond van de Woningwet. Voor de AI Act is dat tweede bepalend: de grondrechtentoets uit Artikel 27 geldt voor private partijen die publieke diensten leveren. Wie denkt dat die alleen voor gemeenten geldt, mist een verplichting.
Het bijzondere aan die toets is de timing. Hij hoort vóór ingebruikname te gebeuren, niet als verantwoording achteraf. Dat betekent dat u hem nu al inplant voor systemen die u in 2027 wilt gebruiken, en dat hij meeloopt in het inkooptraject in plaats van erna te komen.
Praktisch begint alles bij één vraag per systeem: beslist dit mee over een mens, of over een gebouw. Onderhoudsvoorspelling en verduurzamingsanalyse zitten aan de gebouwenkant en vragen weinig. Toewijzing, incasso en fraudesignalering zitten aan de menselijke kant en vragen alles. Die scheiding maakt uw werklijst een stuk korter dan hij op het eerste gezicht lijkt.
Toezicht loopt via de Autoriteit woningcorporaties, ondergebracht bij de Inspectie Leefomgeving en Transport, en via de Autoriteit Persoonsgegevens voor de gegevensverwerking. Voor huurders staat daarnaast de route naar het College voor de Rechten van de Mens open. Die wacht niet op een deadline.
U registreert uw systemen en het platform scheidt wat over mensen beslist van wat over vastgoed gaat. Per systeem staan de taken klaar met een datum. De grondrechtentoets genereert u eruit, gecombineerd met de DPIA die u onder de AVG toch al maakt, met een audit trail die laat zien wie wat wanneer heeft vastgesteld.
De gratis risicoscan laat in vijf minuten zien welke van uw systemen over huurders beslissen, en wat daarbij hoort.