Wie houdt in Nederland toezicht op de AI Act? Het korte antwoord: de Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur worden samen coördinerend toezichthouder, met daarnaast sectorale toezichthouders als IGJ, DNB, AFM en de Arbeidsinspectie. De formele aanwijzing wacht op de Uitvoeringswet AI-verordening. De AP treedt in de tussentijd al op via haar Directie Coördinatie Algoritmes.
AP en RDI coördineren gezamenlijk
Nederland werkt aan de Uitvoeringswet AI-verordening (UAIV), de wet die de AI Act in nationaal recht verankert. Op 20 april 2026 is het wetsvoorstel gepubliceerd voor internet-consultatie (tot 1 juni 2026). Het voorstel wijst de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) gezamenlijk aan als coördinerende nationale toezichthouders voor de AI Act.
De keuze voor twee coördinatoren weerspiegelt de breedte van de wet. De AP brengt privacy-, algoritme- en grondrechtenexpertise mee, opgebouwd via jaren aan AVG-toezicht. De RDI heeft de ervaring met productveiligheid en technische standaarden die nodig is voor AI ingebouwd in CE-gemarkeerde producten. Tot de UAIV formeel is aangenomen, is de aanwijzing nog niet wettelijk rond. In de tussentijd opereert de AP via haar Directie Coördinatie Algoritmes (DCA) al feitelijk als coördinerend toezichthouder, op basis van bestaande bevoegdheden onder de AVG en de Algemene wet bestuursrecht.
Coördinerend toezichthouder betekent niet dat AP en RDI alles zelf doen. Zij zijn het centrale aanspreekpunt voor nationale AI-kwesties, werken samen met sectorale toezichthouders, en vormen de schakel met het Europees AI Office. Heeft u te maken met een AI-systeem dat meerdere sectoren raakt, dan komt u via AP of RDI binnen.
De AP publiceerde voor 2026 een Werkagenda coördinerend AI- en algoritmetoezicht. Daarin staan vijf prioriteiten: overkoepelend systeemtoezicht, transparantie en uitlegbaarheid, kaders en normen, bias- en fairnesstesten tegen discriminatie, en AI-geletterdheid. Die agenda stuurt ook de handhavingsinzet bij verplichtingen die nu al van kracht zijn: de AI-geletterdheidsplicht uit Artikel 4 en het verbod op bepaalde AI-praktijken uit Artikel 5.
Sectorale toezichthouders
Niet al het AI-toezicht loopt via AP en RDI. Afhankelijk van uw sector krijgt u ook te maken met andere toezichthoudende instanties. De concept-UAIV wijst tien partijen aan, ieder met een eigen bevoegdheidssfeer.
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)
Bijlage ICoördinator plus specifieke verantwoordelijkheid voor productveiligheid. AI in machines, medische apparaten en gereguleerde producten.
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
Toezicht op AI in de zorgsector: triage-algoritmes, diagnostische AI, beslissingsondersteunende systemen.
Autoriteit Financiële Markten (AFM)
Gedragstoezicht in de financiële sector. AI voor beleggings- en verzekeringsadvies, geautomatiseerde klantinteracties.
De Nederlandsche Bank (DNB)
Governance en risicobeheer bij financiële instellingen. Kredietbeoordeling, fraudedetectie, operationeel risicobeheer via AI.
Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)
AI in transport, logistiek en leefomgeving: luchtvaart, spoor en wegvervoer.
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
Productveiligheid voor consumenten, AI in voedselketens en consumentenartikelen.
Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA)
AI in werkplekcontexten: cv-screening, performance monitoring, planningsalgoritmes.
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad
Toezicht op AI-gebruik in de rechterlijke macht.
President ABRvS
Toezicht op AI-gebruik in de bestuursrechtspraak.
De verdeling van bevoegdheden wordt formeel geregeld via de UAIV. Tot die wet is aangenomen (verwachting: na zomer 2026), handelen toezichthouders op basis van hun bestaande wettelijke kaders. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) staat niet in de consultatieversie als AI Act-toezichthouder. Via het consumenten- en mededingingsrecht kan de ACM wel optreden bij algoritmische prijsvorming en AI in concurrentiegevoelige markten.
Europees niveau: het AI Office
Boven de nationale toezichthouders staat het EU AI Office, ondergebracht bij DG CNECT van de Europese Commissie. Dit bureau is opgericht bij Commissiebesluit van 24 januari 2024, is operationeel sinds 16 juni 2024 en wordt geleid door directeur Lucilla Sioli. Het houdt toezicht op grote GPAI-modellen zoals ChatGPT, Claude en Gemini, pakt grensoverschrijdende zaken op, en coördineert de nationale toezichthouders.
Voor de meeste Nederlandse MKB-bedrijven is het AI Office indirect relevant. Als uw leverancier een groot internationaal platform is, kan een Europees onderzoek naar dat platform gevolgen hebben voor de tools die u gebruikt.
Wanneer begint actieve handhaving?
Handhaving volgt de inwerkingtreding van verplichtingen. Twee categorieën gelden nu al.
AI-geletterdheid. Artikel 4 is van kracht sinds 2 februari 2025. Artikel 4 heeft geen eigen boetegrondslag onder Artikel 99; de Nederlandse handhavingsstructuur ligt bovendien nog in het wetsvoorstel UAIV. De focus ligt voorlopig op bewustmaking, maar bij aantoonbare nalatigheid kan een formele procedure volgen.
Verboden AI-praktijken. Artikel 5 verbiedt bepaalde AI-systemen ook al sinds februari 2025. De acht categorieën omvatten onder meer social scoring, predictive policing puur op basis van profiling, untargeted scraping van gezichtsbeelden, emotieherkenning op de werkplek en in het onderwijs, biometrische categorisatie naar ras of religie, en real-time biometrische identificatie in publieke ruimtes.
De transparantieplicht voor chatbots en AI-gegenereerde content (Artikel 50) geldt sinds 2 augustus 2026; de Digital Omnibus stelt deze plicht niet uit. Alleen de machine-leesbare markering van al-bestaande generatieve AI schuift naar 2 december 2026. Voor hoog-risico AI-systemen uit Bijlage III geldt 2 december 2027 als handhavingsdatum, door de Digital Omnibus verschoven van 2 augustus 2026. Bijlage I schuift van 2 augustus 2027 naar 2 augustus 2028. De Digital Omnibus is op 29 juni 2026 definitief aangenomen; de nieuwe deadlines zijn geldend recht sinds 27 juli 2026.
Bevoegdheden: wat kan een toezichthouder doen?
De bevoegdheden zijn breed: een nationale toezichthouder kan organisaties onaangekondigd bezoeken en systemen inspecteren. Ze kan documenten opvragen: uw AI-register, technische documentatie, risicoanalyses, AI-trainingsbewijzen. Kunt u die niet overleggen, dan staat u direct zwak.
Bij lichte overtredingen of een eerste incident volgt vaak een waarschuwing of aanbeveling. Bij herhaling of ernstige gevallen zijn dwangsommen en boetes het gevolg. De maximale boetes zijn aanzienlijk: tot 35 miljoen euro of 7 procent van de wereldwijde jaaromzet, afhankelijk van welke het hoogst is.
Als er een acuut risico is voor de veiligheid of grondrechten van personen, kan de toezichthouder gebruik van een AI-systeem tijdelijk verbieden. Een ingrijpende maatregel, bedoeld voor uitzonderlijke situaties.
Klachten indienen over AI-gebruik
Burgers en organisaties kunnen bij de nationale toezichthouder een klacht indienen als ze vermoeden dat een andere partij de AI Act overtreedt. Als ondernemer kunt u klagen over een leverancier die niet-conforme AI levert. Als werknemer over uw werkgever die verboden AI inzet op de werkvloer. De AP is verplicht elke klacht serieus te beoordelen.
Dat maakt naleving in de keten afdwingbaar. Wie met AI-tools van derden werkt, heeft er belang bij te controleren of die leverancier zelf compliant is.
Veelgestelde vragen
Bij welke toezichthouder moet ik zijn?
Dat hangt af van waarvoor u AI inzet, niet alleen van uw branche. Voor de meeste organisaties zijn AP en RDI het aanspreekpunt. Zit uw AI in de zorg, dan komt de IGJ erbij; in de financiële dienstverlening DNB en AFM; op de werkplek de Nederlandse Arbeidsinspectie. Meerdere toezichthouders tegelijk is normaal, geen fout.
Kan de AP nu al handhaven?
Ja, voor de verplichtingen die al gelden. De boetebevoegdheid bestaat sinds 2 augustus 2025, en AI-geletterdheid (Artikel 4) en het verbod uit Artikel 5 gelden sinds februari 2025. De formele aanwijzing van de coördinerende toezichthouders wacht op de Uitvoeringswet, wat de bevoegdheid onder de verordening zelf niet wegneemt.
Wat vraagt een inspecteur als eerste op?
Uw AI-register, de documentatie per systeem, bewijs dat medewerkers AI-geletterdheid hebben gevolgd en uw AI-beleid. Bij hoog-risico systemen komen daar de conformiteitsverklaring van de leverancier en de logboeken bij. Het ontbreken van documentatie is op zichzelf al een overtreding, ook zonder schade.
Kunnen klanten of medewerkers een klacht indienen?
Ja. De AI Act kent een klachtrecht bij de nationale toezichthouder, dat losstaat van de AVG-route. Een medewerker die vindt dat AI op de werkvloer over de grens gaat, kan dus naar de toezichthouder. Dat maakt intern beleid en een meldpunt meer waard dan alleen een dossier voor de buitenwereld.
Wat is de rol van het AI Office in Brussel?
Het AI Office bij de Europese Commissie houdt zelf toezicht op aanbieders van general-purpose AI-modellen en coördineert grensoverschrijdende zaken. Voor een Nederlands MKB-bedrijf loopt het contact vrijwel altijd via de nationale toezichthouder, niet via Brussel.
Wat te bewaren voor een eventuele inspectie
Een toezichthouder die langskomt, vraagt naar concrete documentatie. Zorg dat u kunt overleggen: een up-to-date AI-register met alle systemen die u gebruikt, bewijs dat medewerkers AI-geletterdheidsstraining hebben gevolgd, documentatie over uw risico-overwegingen per systeem, en voor hoog-risico AI technische documentatie en conformiteitsverklaringen van leveranciers.
Dat hoeft geen perfecte set te zijn. Toezichthouders houden rekening met de omvang van uw organisatie, uw goede wil en de mate van medewerking. Wie aantoonbaar bezig is met compliance, staat veel sterker dan wie het probleem heeft genegeerd.
Wacht niet op een brief van de toezichthouder. Begin met een eerlijke inventarisatie van uw AI-gebruik. De gratis risicoscan geeft in vijf minuten een beeld van uw risicoprofiel, inclusief welke toezichthouders voor uw sector het meest relevant zijn.