De AI Act trekt binnen uw eigen bedrijf een scheidslijn die niet samenvalt met uw organisatiestructuur. Risicobeoordeling en prijsstelling bij leven en ziektekosten vallen onder het zware regime. Schade en claimafhandeling vallen erbuiten. Dezelfde actuariële afdeling werkt aan beide.
Bijlage III punt 5 onder c noemt risicobeoordeling en prijsstelling met betrekking tot natuurlijke personen bij levens- en ziektekostenverzekeringen. Dat is de hele reikwijdte van dit punt. Of een arbeidsongeschiktheidsverzekering eronder valt, is een open vraag: de Nederlandse tekst spreekt van ziektekostenverzekeringen, de Engelse van health insurance. Behandel zo'n premiemodel bij twijfel als hoog-risico. Andere AI bij een verzekeraar kan via een ander punt van Bijlage III hoog-risico zijn, zoals AI in werving en selectie (punt 4) of kredietbeoordeling bij een hypotheek (punt 5 onder b).
Buiten punt 5c betekent niet zonder regels. Een volledig geautomatiseerde afwijzing van een claim mag alleen als die nodig is voor de uitvoering van de polis, bij wet is toegestaan of berust op uitdrukkelijke toestemming (Artikel 22 lid 2 AVG). Ook dan heeft de polishouder recht op menselijke tussenkomst, mag hij zijn standpunt geven en kan hij het besluit aanvechten (lid 3). Gaat het besluit over gezondheidsgegevens, dan gelden strengere eisen (lid 4). Over de logica erachter geeft u hem nuttige informatie (Artikel 15 lid 1 onder h AVG).
Het scherpste risico in deze sector is discriminatie via proxy-variabelen. Postcode, beroep en gezinssamenstelling correleren met ras, nationaliteit en burgerlijke staat. Op die gronden verbiedt de Algemene wet gelijke behandeling onderscheid bij het aanbieden van diensten (artikel 1 en 7). Dat een model die kenmerken niet als invoer krijgt, is geen bewijs dat het er niet op stuurt.
Voor een verzekeraar is de belangrijkste datum 2 december 2027. Dan gaan de hoog-risico-eisen in voor uw acceptatie- en premiemodellen in leven en ziektekosten. Hetzelfde geldt voor andere toepassingen uit Bijlage III, zoals AI in werving.
U neemt maatregelen die de AI-geletterdheid van uw medewerkers ondersteunen, afgestemd op hun taak en op de polishouders over wie de modellen beslissen. Wie een uitkomst aan een polishouder uitlegt, heeft daar het meeste aan. Uw actuariaat kent de modellen; de klantkant vaak minder.
Differentiëren op sociaal gedrag dat losstaat van het verzekerde risico raakt Artikel 5 lid 1 onder c. Het verbod geldt ook voor private partijen.
Uw offertechatbot laat weten dat hij een AI-systeem is (Artikel 50, lid 1). Stelt een medewerker een bericht op met hulp van AI, dan is een label daarop onder de AI Act alleen verplicht als u de tekst publiceert om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang (lid 4).
Bouwt u het model zelf, dan bent u aanbieder: risicobeheer, technische documentatie, logging en menselijk toezicht horen in het ontwerp. Koopt u het in, dan houdt u menselijk toezicht en bewaart u de logs (Artikel 26). De grondrechtentoets geldt hier voor iedere gebruiksverantwoordelijke (Artikel 27 lid 1).
Deze datum is verschoven door het Digital Omnibus-pakket, dat op 27 juli 2026 in werking trad als Verordening (EU) 2026/1744. Bijlage III ging van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. De transparantieplicht van Artikel 50 schoof niet mee.
Het lastige aan punt 5c is dat de grens niet langs een afdeling loopt. Eén actuariaat bedient leven en schade, één dataplatform voedt beide, één acceptatiestraat verwerkt allebei. De AI Act legt er een lijn doorheen die alleen zichtbaar wordt als u per model vastlegt op welk product het wordt toegepast.
Dat maakt het modelregister belangrijker dan de classificatie zelf. Zonder register kunt u niet aantonen welk model waar draait. Dan valt uw hele portefeuille in de praktijk onder het zwaarste regime. Dat is duurder dan het alternatief.
U heeft de bouwstenen al liggen. Solvency II vraagt om model governance, validatie en documentatie van aannames; de ORSA, uw eigen risico- en solvabiliteitsbeoordeling, vraagt om een periodieke eigen inschatting. De AI Act voegt daar de grondrechtenkant aan toe: welke groepen kunnen benadeeld worden en hoe toetst u dat. Combineer die trajecten. Een aparte AI-cyclus naast uw ORSA levert twee dossiers op die elkaar tegenspreken.
Op AI voor risicobeoordeling en prijsstelling bij een verzekeraar ziet de financiële toezichthouder toe (Artikel 74 lid 6). Hoe DNB en de AFM die taak verdelen, regelt de Uitvoeringswet AI-verordening, die op 5 oktober 2026 nog een wetsvoorstel was. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht zodra u persoonsgegevens verwerkt. Het College voor de Rechten van de Mens is de route die polishouders zelf kunnen bewandelen bij vermoedelijke discriminatie. Die staat vandaag al open.
U registreert per model op welk product het draait, waarna het platform de leven- en zorgmodellen scheidt van de rest en per systeem de taken klaarzet. De grondrechtentoets en het AI-beleid genereert u eruit, in taal die naast uw ORSA en Solvency II-documentatie past.
Klik een vraag aan voor het antwoord. Dit zijn vaste antwoorden; de AI Act Vraagbaak in het platform beantwoordt uw eigen vragen.
Voor levens- en ziektekostenverzekeringen ja: Bijlage III punt 5 onder c noemt risicobeoordeling en prijsstelling met betrekking tot natuurlijke personen. Voor schade-, auto- en woonverzekeringen niet. De eisen gelden vanaf 2 december 2027. Is uw model vóór die datum in gebruik genomen, dan gelden ze pas na een aanzienlijke wijziging van het ontwerp (Artikel 111 lid 2).
Meestal niet. Punt 5 onder c gaat over risicobeoordeling en prijsstelling; de afhandeling van claims valt erbuiten. Herkent het systeem emoties, bijvoorbeeld in de stem van een melder, dan is het wel hoog-risico (Bijlage III punt 1 onder c). Volledig automatisch afwijzen mag alleen onder de voorwaarden van Artikel 22 lid 2 AVG. Ook dan heeft de polishouder recht op menselijke tussenkomst en kan hij het besluit aanvechten (lid 3).
Meestal valt die buiten Bijlage III. Punt 5 onder c gaat over risicobeoordeling en prijsstelling. Het opsporen van fraude bij een claim is iets anders. De uitzondering voor financiële fraude staat in punt 5 onder b zelf en hoort bij kredietbeoordeling; overweging 58 licht haar toe. Let op twee grenzen. Herkent het systeem emoties, bijvoorbeeld in de stem van een melder, dan is het hoog-risico via Bijlage III punt 1 onder c. En weegt een fraudemodel mee bij de acceptatie van een levens- of ziektekostenverzekering, dan kan punt 5 onder c gelden: dat punt kent geen fraude-uitzondering. De AVG en uw discriminatietoetsing blijven gelden.
Ze stapelen op elkaar. Solvency II gaat over kapitaal, modelgovernance en validatie; de AI Act over het AI-systeem en de gevolgen voor betrokkenen. De documentatie overlapt sterk. Laat de AI-beoordeling aansluiten op uw ORSA in plaats van een parallel dossier te bouwen. De grondrechtentoets blijft wel een eigen stuk: de resultaten meldt u aan de markttoezichtautoriteit (Artikel 27 lid 3).
Dat mag, maar het is een bekend risico. Postcode correleert met herkomst, waardoor een model indirect onderscheid kan maken naar ras of nationaliteit. Dat mag alleen met een objectieve rechtvaardiging (Algemene wet gelijke behandeling, artikel 2 lid 1 en artikel 7). Toets actief op indirecte discriminatie en leg die toets vast. Bij een tariefmodel voor leven of ziektekosten hoort die toets in uw grondrechtentoets (Artikel 27 lid 1).
De gratis risicoscan laat in vijf minuten zien welke van uw AI-toepassingen onder Bijlage III kunnen vallen en wat daarbij hoort. Welk model op welk product draait, legt u daarna vast in het register.