De AI Act trekt binnen uw eigen bedrijf een scheidslijn die niet samenvalt met uw organisatiestructuur. Leven en ziektekosten vallen onder het zware regime, schade en claims niet. Dezelfde actuariële afdeling werkt aan beide.
Bijlage III punt 5 onder c noemt risicobeoordeling en premiestelling bij levens- en ziektekostenverzekeringen voor natuurlijke personen. Dat is de hele reikwijdte voor verzekeraars. Andere branches en andere processtappen vallen er niet automatisch onder, wat niet betekent dat er niets geldt.
Buiten punt 5c betekent niet zonder regels. Artikel 22 AVG verbiedt een volledig geautomatiseerde afwijzing van een claim zonder menselijke tussenkomst, ongeacht wat de AI Act zegt. Een polishouder die zijn schade afgewezen ziet, heeft recht op uitleg.
Het scherpste risico in deze sector is discriminatie via proxy-variabelen. Postcode, beroep en gezinssamenstelling correleren met kenmerken waarop u niet mag differentiëren. Dat een model die kenmerken niet als invoer krijgt, is geen bewijs dat het er niet op stuurt.
Voor een verzekeraar is de belangrijkste datum 2 december 2027. Die geldt alleen voor het leven- en zorgdeel van uw portefeuille.
Wie een uitkomst uitlegt aan een polishouder, moet weten waarop die berust. Uw actuariaat heeft dit; de klantkant vaak niet.
Differentiëren op sociaal gedrag dat losstaat van het verzekerde risico raakt Artikel 5 lid 1 onder c. Het verbod geldt ook voor private partijen.
Uw offertechatbot en AI-geschreven klantcorrespondentie maken zichzelf bekend.
Risicobeheer, technische documentatie, menselijk toezicht en logbestanden. De grondrechtentoets geldt hier voor élke gebruiksverantwoordelijke (Artikel 27 lid 1).
Deze datum is verschoven door het Digital Omnibus-pakket, dat op 27 juli 2026 in werking trad als Verordening (EU) 2026/1744. Bijlage III ging van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. De transparantieplicht van Artikel 50 schoof niet mee.
Het lastige aan punt 5c is dat de grens niet langs een afdeling loopt. Eén actuariaat bedient leven en schade, één dataplatform voedt beide, één acceptatiestraat verwerkt allebei. De AI Act legt er een lijn doorheen die alleen zichtbaar wordt als u per model vastlegt op welk product het wordt toegepast.
Dat maakt het modelregister belangrijker dan de classificatie zelf. Zonder register kunt u niet aantonen welk model waar draait, en dan valt uw hele portefeuille in de praktijk onder het zwaarste regime. Dat is duurder dan het alternatief.
U heeft de bouwstenen al liggen. Solvency II vraagt om model governance, validatie en documentatie van aannames; de ORSA, uw eigen risico- en solvabiliteitsbeoordeling, vraagt om een periodieke eigen inschatting. De AI Act voegt daar de grondrechtenkant aan toe: welke groepen kunnen benadeeld worden en hoe toetst u dat. Combineer die trajecten. Een aparte AI-cyclus naast uw ORSA levert twee dossiers op die elkaar tegenspreken.
DNB en de AFM houden toezicht, met de Autoriteit Persoonsgegevens erbij zodra het om profilering gaat. Het College voor de Rechten van de Mens is de route die polishouders zelf kunnen bewandelen bij vermoedelijke discriminatie. Die staat vandaag al open.
U registreert per model op welk product het draait, waarna het platform de leven- en zorgmodellen scheidt van de rest en per systeem de taken klaarzet. De grondrechtentoets en het AI-beleid genereert u eruit, in taal die naast uw ORSA en Solvency II-documentatie past.
De gratis risicoscan laat in vijf minuten zien welk deel van uw portefeuille onder punt 5c valt en wat daarbij hoort.