AI die als veiligheidscomponent in de netbedrijfsvoering draait, valt onder Bijlage III punt 2. Dat raakt netbeheerders en operators. Een verbruiksvoorspelling of een klantenservicebot valt daarbuiten, ook bij dezelfde onderneming.
Bijlage III punt 2 gaat over AI als veiligheidscomponent in het beheer en de werking van kritieke infrastructuur. Het criterium is of falen van het model de levering of de veiligheid raakt. Dat is een smallere categorie dan de meeste energiebedrijven verwachten.
De grens loopt bij de ingreep. Een model dat een voorspelling produceert waar een operator iets mee doet, is iets anders dan een model dat zelf schakelt. Zodra de lus dichtgaat en het systeem autonoom handelt, verandert de classificatie. Leg per model vast welke van de twee het is; dat is de enige vraag die u echt moet beantwoorden.
Ook de lichte kant is niet vrij van eisen. Slimme meters leveren een gedetailleerd beeld van iemands leven thuis, dus daar geldt de AVG met een verplichte gegevensbeschermingseffectbeoordeling. Dat staat los van de AI Act en wordt vaker gehandhaafd.
Voor een leverancier zonder netfunctie ligt vrijwel alles al achter u. Voor een netbeheerder is 2 december 2027 de datum die telt.
Wie op een modeluitkomst handelt in de controlekamer, moet weten wanneer die niet te vertrouwen is. Dit is bij netbedrijven meer dan een e-learning.
Software die vermoeidheid of stress van medewerkers uit gedrag afleidt, raakt het verbod. Voor veiligheidsdoeleinden bestaat een uitzondering; toets die per geval.
Uw servicechatbot en AI-geschreven klantcorrespondentie maken zichzelf bekend.
Risicobeheer, technische documentatie, menselijk toezicht en logbestanden. Voor punt 2 geldt de grondrechtentoets uit Artikel 27 uitdrukkelijk niet.
Deze datum is verschoven door het Digital Omnibus-pakket, dat op 27 juli 2026 in werking trad als Verordening (EU) 2026/1744. Bijlage III ging van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. De transparantieplicht van Artikel 50 schoof niet mee.
Energiebedrijven hebben de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in cyberweerbaarheid onder NIS2. Die investering is hier bruikbaar. De AI Act vraagt voor hoog-risicosystemen om robuustheid en beveiliging. Dat sluit direct aan op wat u al heeft ingericht. Wat erbij komt is specifiek voor modellen.
Dat specifieke deel gaat over manipulatie van het model zelf. Een aanvaller hoeft uw netwerk niet binnen te komen als hij de invoer kan vervuilen waarop uw model beslist. Voor een systeem dat belasting verdeelt, is dat een leveringszekerheidsvraag en geen IT-vraag. Uw bestaande dreigingsmodellen dekken dat scenario meestal niet.
Eén nuance die werk scheelt: voor kritieke infrastructuur geldt de grondrechtentoets uit Artikel 27 niet. Punt 2 is daar uitdrukkelijk van uitgezonderd. Dat is precies het zware document waar organisaties in andere sectoren maanden aan besteden. Voor deze systemen heeft u het niet nodig.
Toezicht loopt via de Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur als coördinatoren, met de ACM bevoegd via de consumenten- en mededingingskant. De RDI kijkt daarnaast naar cyber- en productveiligheid.
U registreert per model of het adviseert of ingrijpt, waarna het platform de veiligheidscomponenten scheidt van de rest en de taken klaarzet met een datum. De technische documentatie en het AI-beleid genereert u eruit, in een vorm die naast uw NIS2-dossier past.
De gratis risicoscan laat in vijf minuten zien welke van uw modellen als veiligheidscomponent tellen en wat daarbij hoort.