Huisvesting staat niet als eigen categorie in Bijlage III. Toch komt selectie van huurders er via een omweg in terecht. Dat is precies de toepassing waar het discriminatierisico het grootst is. BIM, planning en energiesimulatie blijven erbuiten.
Bij de mens, niet bij het gebouw. Huisvesting heeft geen eigen plek in Bijlage III. Toewijzing door of namens een overheid valt onder punt 5 onder a. Beoordeelt uw tool feitelijk de kredietwaardigheid van een kandidaat, dan geldt punt 5 onder b. Beide routes lopen dus via de persoon.
Bij huurderselectie is discriminatie het scherpste risico. Het hoeft niet opzettelijk te zijn. Postcode, gezinssamenstelling en type inkomen correleren met kenmerken waarop u niet mag differentiëren. Dat een model die kenmerken niet als invoer krijgt, bewijst niet dat het er niet op stuurt. Toets daar actief op en leg de toets vast.
Camerabewaking op de bouwplaats verdient een aparte blik. Kijkt het systeem naar veiligheidssituaties, dan is dat werkbescherming. Meet het de productiviteit van individuele werknemers, dan is het prestatiemonitoring onder punt 4. Diezelfde camera kan afhankelijk van het doel in beide categorieën vallen.
Voor een aannemer of ontwerpbureau ligt vrijwel alles al achter u. Voor een verhuurder of makelaar telt 2 december 2027.
Van calculator tot verhuurmakelaar. U neemt maatregelen die wie op een AI-uitkomst besluit helpen begrijpen waar die op berust. Sinds die datum gelden Artikel 4 en de meeste verboden uit Artikel 5 voor elke organisatie die AI inzet.
Software die stemming of vermoeidheid van medewerkers uit gedrag afleidt, is verboden. Voor veiligheidsdoeleinden bestaat een uitzondering.
Een chatbot in uw verhuur- of verkooptraject laat weten dat hij een AI-systeem is (Artikel 50, lid 1). Stelt een medewerker een bericht op met hulp van AI, dan is een label daarop onder de AI Act alleen verplicht als u de tekst publiceert om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang (lid 4).
Menselijk toezicht, logbestanden, controle op de invoerdata en informatie aan de betrokkene. Bij kredietwaardigheidsbeoordeling geldt de grondrechtentoets voor élke gebruiker (Artikel 27 lid 1).
Deze datum is verschoven door het Digital Omnibus-pakket, dat op 27 juli 2026 in werking trad als Verordening (EU) 2026/1744. Bijlage III ging van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. De transparantieplicht van Artikel 50 schoof niet mee.
In een krappe woningmarkt reageren tientallen kandidaten op één woning. Het is verleidelijk om die stapel automatisch te schiften. Daar zit het risico. Een afgewezen kandidaat die vermoedt dat hij op afkomst of inkomensbron is weggefilterd, kan naar het College voor de Rechten van de Mens. Die route staat vandaag al open en wacht niet op december 2027.
De verplichting die daarbij het vaakst wordt gemist, is de grondrechtentoets. Bij kredietwaardigheidsbeoordeling geldt die voor iedere gebruiksverantwoordelijke, dus ook voor een particuliere verhuurder of makelaarskantoor zonder publieke taak. Wie denkt dat de toets alleen voor corporaties en gemeenten geldt, heeft een gat in het dossier.
Aan de bouwkant is het beeld rustiger. Ontwerp, calculatie en planning beslissen niet over mensen en vallen buiten het zware regime. Wat daar wel speelt is arbeidsveiligheid: een systeem dat meebeslist over of iemand veilig kan werken, raakt de werkbescherming. De Nederlandse Arbeidsinspectie kijkt daarnaar los van de AI Act.
Praktisch begint alles met één vraag per systeem: gaat dit over een gebouw of over een persoon. Die scheiding maakt de werklijst in deze sector opvallend kort.
U registreert uw systemen en het platform scheidt wat over personen beslist van wat over vastgoed gaat. Per systeem staan de taken klaar met een datum. De grondrechtentoets en het AI-beleid genereert u eruit, met een audit trail die laat zien wie wat wanneer heeft vastgesteld.
Klik een vraag aan voor het antwoord. Dit zijn vaste antwoorden; de AI Act Vraagbaak in het platform beantwoordt uw eigen vragen.
Niet als eigen categorie. De route loopt via punt 5: toewijzing van woonruimte door of namens een overheid valt onder 5(a). Een tool die feitelijk de kredietwaardigheid van een kandidaat beoordeelt onder 5(b). Voor een commerciële verhuurder is die tweede route de relevante.
Screenen mag, volledig automatisch afwijzen niet. Artikel 22 AVG geeft de kandidaat het recht niet aan een uitsluitend geautomatiseerd besluit te worden onderworpen. Daarnaast is het discriminatierisico hier groot: toets actief op proxy-variabelen zoals postcode en inkomensbron.
Nee. Ontwerpondersteuning, modelcontrole, calculatie en energiesimulatie beslissen niet over natuurlijke personen. Alleen Artikel 4 geldt: u neemt maatregelen voor de AI-geletterdheid van de mensen die ermee werken.
Als u AI gebruikt die de kredietwaardigheid van kandidaten beoordeelt: ja. Artikel 27 lid 1 verplicht die toets voor elke gebruiksverantwoordelijke van een systeem uit punt 5 onder b, ongeacht of u een publieke taak heeft. Dit is de misvatting die het vaakst voorkomt.
Dat hangt af van het doel. Kijkt het systeem naar veiligheidssituaties, dan gaat het om werkbescherming. Meet het de productiviteit van individuele werknemers, dan is het prestatiemonitoring onder Bijlage III punt 4. Leidt het emoties af, dan raakt het het verbod van Artikel 5 lid 1 onder f.
De gratis risicoscan laat in vijf minuten zien welke van uw systemen over mensen beslissen en wat daarbij hoort.